is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

740

LUD — LUIT

lichtzinnige levenshouding bevorderd. De leer van Epicurus wordt door Lucretius in forsche en levendige, hoewel ietwat „ouderwetsche", taal behandeld en gepropageerd. (Zie verder het art. Epicuristen). De rerum natura werd o.a. opnieuw uitgegeven bij Teubner in Leipzig (1866); door Lachmann (Berlijn 1871) en door Munro (4e druk 1896, Cambridge). Het werd in het Duitsch vertaald door Max Seydel (München en Leipzig) en door Wilhelm Nestle (in zijn werk: Die Nachsokrattker I 265 v.v. Jena 1923). [ 51.

Lud, naam van twee volken in de volkerentafel van Genesis 10.

Allereerst wordt zoo genoemd een afstammeling van Mitsraim (Gen. 10 : 13; vg. 1 Kron. 1 : 11) naar wien een volksstam heet, die van Egypte uit zich schijnt verbreid te hebben; zij werden ook volgens jeremia 46 : 9 in het heir van de Egyptenaren aangetroffen (v.g. Ezechiël 30 : 5). Naar Ezechiël 27:10 ook onder de krijgsmacht van Tyrus.

Voorts komt onder den naam Lud voor een der zonen van Sem (Genesis 10:22; vg. 1 Kron. 1 : 17). Hij was volgens Josefus de vader der Lydiërs, die de landstreek van Klein-Azië rondom den Hermon en Meander, met de hoofdstad Sardes, bewoonden, en onder Croeses geheel Klein-Azië bezaten totdat deze zijn rijk door Cyrus verloor. [ 28.

Ludger of Liudgar, Liudgaris de heilige, een der eerste Evangeliepredikers in ons land, geboren 744 in Friesland, opgeleid in Utrecht onder Gregorius, in 767 in York onder Alcuïnus. Hij werd missionaris in Friesland, in 777 priester in Dokkum en tijdelijk leeraar in Utrecht. Dooreen inval der Saksers verdreven, ging hij in 784 naar Rome en Monte Cassino en leerde daar het kloosterleven kennen. In 786 werd hij door Karei den Groote aangesteld over vijf gouwen. Hij strekte zijn arbeid uit tot Helgoland. Daarna werd hij bisschop voor Zuidelijk Westfalen te München. Hij stichtte het klooster Werden aan de Roer. Ludger beschreef het leven van zijn leermeester Gregorius. In 809 stierf hij te Billerbeck. Zijn lijk werd later naar Werden gevoerd. [ 24.

Ludolf van Saksen* Karthuizer monnik te Straatsburg pl.m. 1350, schrijver van een beroemd Leven van Jezus, dat ook in MiddelNederlandsche bewerking veel opgang maakte (het z.g. Bonaventura-Ludolflaansche Leven van Jezus). [17.

Luipaard komt af van leopardus, een Latijnsch woord, dat samengesteld is uit leo (leeuw) en pardus (pardel of panter), wijl de Romeinen meenden, dat het hier bedoelde dier een bastaard zou zijn van leeuw en panter. Dit laatste dier noemden de Grieken pardalis, de Israëlieten namer. De luipaard (felis leopardus) behoort tot de orde der roofdieren (carnivora) en tot de familie der katachtigen (felida). Er is veel over getwist, of dit dier slechts als een variëteit van den panter (felis pardus) moet worden beschouwd en dus geen afzonderlijke soortnaam had moeten hebben, of dat luipaard en panter inderdaad twee verschillende dieren zouden zijn. Het eerste wordt thans algemeen aangenomen, zoodat de naam felis leopardus moet vervallen. De luipaard of

panter bereikt een lengte van 150 en een hoogte van 60 centimeter; van sommige variëteiten wordt de staart meer dan 90 centimeter lang. Hij heeft, evenals alle soorten van't geslacht felis, de tand-

formule j' & j' 3, aan de voorpooten 5 en aan de achterpooten 4 teenen, alle met intrekbare klauwen. De grondldeur van zijn huid is geel. Soms echter is de huidkleur zoo donker dat men, zooals in onze Oost, van zwarte panters spreekt. Het geheele lichaam, ook kop, pooten en staart, is bezaaid met zwarte vlekken, die hier en daar ringvormig zijn (Jer. 13:23). Een gevlekte tijger j zou men den panter wel kunnen noemen; in aard en leefwijze komt hij, hoewel kleiner, ook geheel met den tijger overeen. Hij is even slank als vlug, even sterk als listig, even moedig als j roofzuchtig. Hij kan uitstekend kli mmen en zwem- 1 men en is driest tot aan het ongelooflijke. Hij dringt dorpen en steden, zelfs huizen binnen om I te rooven en vermoordt alle dieren, die hij overweldigen kan: runderen, antilopen, ezels, schapen, I varkens, apen, hoenders, geiten (Jes. 11 : 6). j Zelden valt hij volwassen menschen aan, tenzij M hij door hen gejaagd, in 't nauw gebracht of ] gewond wordt De panter bewoont geheel Afrika I en een groot deel van Azië, ook Sumatra en I Java; in Europa komt hij niet voor. In Afrika 1 wordt hij meestal luipaard geheeten. Hoewel hij 1 vroeger in Palestina veel talrijker was dan tegenwoordig, wordt hij thans nog gevonden rondom I de Doode Zee en in het Overjordaansche. Zeer gaarne huist hij in bergstreken (Hoogl. 4:8), loert op boomen en in struiken aan den weg in de nabijheid van bewoonde plaatsen (Jer. 5:6; j Hos. 13 : 7), munt uit door een lichten gangen snelheid van beweging, zoodat Habakuk de paarden der Chaldeën vergelijkt met luipaarden (Hab. 1:8). In het boek Daniël wordt het GriekschMacedonische wereldrijk gesymboliseerd door een luipaard (Dan. 7 : 6), en Johannes zag uit de zee een beest opkomen, aan een pardel (of panter) gelijk (Openb. 13 : 1 en 2). In Egypte, Palestina, Syrië en Klein-Azië is de panter van 1 de oudste tijden af bekend. Tijdens den oorlog tegen Troje maakten de Grieken er reeds kennis ■ mee. In de Ilias maakt Homerus in boek 3 melding i van pantervellen en in boek 21 wordt een panterjacht beschrevén. In de Grieksche mythologie wordt vermeld, hoe Bacchus zich ontfermde over Ariadne, dochter van Minos, koning van Kreta, toen deze door Theseus op het eiland Naxos werd achtergelaten. Bacchus nam haar op zijn ■ tochten mee en deed haar rijden op een panter. Van de Grieken leerden de Romeinen de panters ■ kennén; nog onder keizer Augustus brachten zij ze bij honderden uit Klein-Azië naar Rome voor hun dierengevechten. [31.

Lolt, een muziekinstrument met vele snaren, m dat in vroeger tijd veel gebruikt werd. Ook onder Israël werd bepaaldelijk bij de tempelmuziek van snaarinstrumenten gebruik gemaakt, B waaronder in de Statenvertaling ook de luit i genoemd wordt. Sommigen vertalen het oorspronkelijke woord (nebel) door cither en harp. Men onderscheidt het van de kinnor (door harp vertaald) die misschien van eenvoudiger saam- j stelling was. [ 28.