is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MOOR

259

Moor (De). I. Bernhardinus de Moor werd 29 Januari 1709 te Maaslandsiuist, waar zijn vader toen predikant was, geboren en overleed te Gouda 18 Juli 1780.

Onze Bernhardinus studeerde te Leiden en te Utrecht. Te Leiden werd hij 14 September 1725 als Bernhardini filius, Gouda-Batavus ingeschreven zoowel in de Litterarische als in de Theologische faculteit. Hier gaf hij een proeve van zijn studiën in een Disputatto de justitia vindicativa Deo essentiali (1730).

Den 24sten Februari 1732 werd hij predikant te Ingen in Gelderland, den 23sten Juni 1734 verbond hij zich aan Broek in Waterland, den 26sten October 1738 werd hij dienaar des Woords te Oostzaan en den 24sten Maart 1743 vinden we hem als zoodanig te Enk huizen.

Den 25sten September 1736 promoveerde hij na de defensie van een nrnefsrhrift mier u?„*a_

lingen 3 : 19, ^ Kaïe** 'AvayiSeos. In het Album Studiosorum der Leidsche Hoogeschool lezen we: Bernardinus de Moor, Bernhardini nhus, Gouda-Batavus, V. D. M., promovendus Dr Hon. e. 18 September 1736.

Den 2den Maart 1744 werd hij Hoogleeraar te Franeker in de Heilige Godgeleerdheid, maar den 7den April 1745 wordt hij te Leiden tot professor benoemd: Den 21 sten Juni 1745 inaugureerde hij hier: de imperfecta ecclesiae militantis felicitate. „Er spreekt uit deze rede een mannelijke geest, die wel hard over vele dingen spreekt, maar die toch openlijk er voor uitkomt, dat dé kerk en hare dienaren tot strijd en onderzoek geroepen zijn" (C. Sepp, Johannes Stinstra en zun tijd, Amsterdam, 1866, II, bl. 52). Hij was

de laatste Voetiaan te I bIHd„ n«i, _ uil

sedert 10 October 1746 te Leiden een halven predikdienst waar. Als zoodanig fungeerde hij in 1752 als praeses van de Zuid-Hollandsche Synode. Hier legde hij de verklaring af, dat hij en zijn collega's zorgden, „de academische jeugd te informeren van de dwalingen der Arminianen" en hij zelf de confessio Belgka evenzeer als de andere formulieren van eenigheid, bepaaldelijk zS X, artlkelen, in „exercitatiën" verdedigen liet (C. Sepp a.b., bl. 53). Van al wat nieuw was toonde hij zich een vijand; na de invoering van de nieuwe psalmberijming bleef hij de psalmen van Datheen zingen. Den 8sten Februari 17» oreerde hij als aftredend rector: de eo quod ntmtum est In scientia Theologtca. In deze rede riep hij uit: Cedat curiositas fidei. In de jaren 1746—1754 hebben 82 studenten onder zijn praesidium disputationes gehouden (C. Sepp, aTb bl 54). Met professor Jan van den Honert bleef hij' i™Jede* ,even-.,Pp 70-jarigen leeftijd (dus in i 1-779) ontving hij op zeer eervolle wijze zijn emeritaat. Hij overleed te Gouda in 1780. Hij bestemde een som van f 4000 voor een studiebeurs ten behoeve van studenten uit Litthauen (M. Siegenbeek, Geschiedenis der Leidsche Hoogeschool, Leiden, 1832, If< bt. 156).

ZUn werken vindt men in het Biografisch Woordenboek van Van der Aa. L,Beroemd is zijn Commentarius perpetuus in Marcku Compendium, 6 vol. Lugd. Bat 1761—71 p*et hem begon overal het verval der Gereformeerde theologie. De oude dogmatiek werd een

voorwerp van historische studie (H. Bavinck, Gereformeerde Dogmatiek3, I, bl. 188). Zie ook' over hem: C. Hodge, Systematic Theologv. II 207, 214; III, 61, 562. [ 18.

II. Dr Johannes Cornelts de Moor is den 17den Mei 1878 te Gorredijk, waar zijn vader als evangelist arbeidde in Frieslands geestelijkarme Zuid-Oosthoek, geboren. Reeds vroeg verloor hij zijn vader door den dood, en zijn moeder vertrok met hem naar Amsterdam, waar hij het Gereformeerd Gymnasium bezocht en zijn opleiding genoot als student aan de Vrije Universiteit. Reeds spoedig bleek het, hoe God de Moor met rijke gaven had gesierd. Al vroeg begon hij te publiceeren. In het Algemeen Nederlandsch Jongelingsverbond bekleedde hij spoedig

,.zr «wmuuwiic, iii^uiiuerneiu troK nem ae litteraire vorming aan, en zijn lezingen uit dien tijd, b.v. over Ellen van Frederik van Eden, maakte op velen diepen indruk. Kort voor hij zijn studiën voltooien zou greep een felle ziekte hem aan, die hem aan den rand van het graf bracht, maar het behaagde God hem te herstellen, en hem te geven de vervulling van zijn ideaal om zijn Koning in het predikambt te dienen. In het najaar van 1903promoveerde hij aan de Vrije Universiteit tof doctor in de theologie op een proefschrift: De profeet Maleachi. Kort daarop trad hij in het huwelijk met Mej. L. E. Smilde uit Utrecht, en den 6en December van dat jaar deed hij zijn' intrede in de kleine kerk van Breda, na bevestigd te zijn door zijn vaderlijken vriend Ds H. W. van Loon van Amsterdam. Deze kerk heeft hij slechts kort gediend. Binnen twee jaren vertrok hij naar Den Haag, maar in dat kort#

"iMuwt* ucienue ui ae moor meer invloed dan menig ander in een grooter aantal jaren. Slechts één voorbeeld zij hier genoemd. In 1905 kwam de bekende Generale Synode van Utrecht bijeen, die zulk een belangrijke uitspraak zou doen inzake de toen heerschende en de Gereformeerde kerken beroerende leergeschillen. Naar die Synode vaardigden de kerken van Brabant en Limburg naast den ouderen en ervaren Ds Goedbloed van' Nieuwendijk af den jeugdigen Dr de Moor, die terstond van de eerste Generale Synode, die in zijn diensttijd als predikant viel, deel uitmaakte Nauwelijks zevenentwintig jaren, of hij nam reeds een plaats in onder de „eerwaarde vaders en broeders". In September 1905 vertrok hij naar Den Haag, en daar ontplooide hij zijn rijkbegaafd leven in vollen bloei en volle kracht Hier trok hij al sterker en sterker de gemeente door zijn duidelijke en diepe prediking. Hier mocht hij, gelijk Ds v. d. Linden getuigde bij, zijn afscheid uit Den Haag, medewerken om den band tusschen de broeders en zusters van oud-A en oud-B hoe langer hoe meer te verinnigen en te versterken. Hier oefende hij vooral sterken invloed op het jongere geslacht, dat zich aan hem vasthechtte met een liefde en trouw, die vooral bleek in de diepe rouw bi) zijn steryen. Hier drukte hij zijn stempel op het gereformeerde leven, en gaf zich vooral aan de zaak van het Christeliik nnrlerwiic v<m -i .

lijken Gereformeerden schoolbond was hij een

i.juiauj. vuurimer. iw ae opneming van de