is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ORLÉANS — OROSIUS

471

die zeer contemplatief waren, dweepten met hem; maar de scetische monniken hadden een afkeer van Origenes' beschouwingen, zooals b.v. reeds bij Pachomius uitgekomen was. Zij waren bevreesd voor het spiritualisme van Origenes en stelden daartegenover een sterk anthropomorfisme. De strijd ontbrandde in Palestina. In Jeruzalem had Origenes warme aanhangers. Johannes, bisschop van Jeruzalem, was een groote vereerder en twee kerkleeraars uit het Westen n.m. Hieronymus en Ruflnus voelden ook veel voor hem. Toen in 395 een paar Westerschen, Aterbus en Vigilantias, hun bevreemding daarover uitspraken, meende Hieronymus zijn orthodox gevoelen te moeten laten blijken. Hij deed dat in een predicatie over de wederopstanding des vleesches. Daarna bezocht Epifanius, bisschop te Salamis, Jeruzalem. Johannes stond hem zijn kansel af en van die gelegenheid maakte Epifanius gebruik om heftig te keer te gaan tegen Origenes. Johannes predikte nu tegen het anthropomorfisme, dat vele monniken voorstonden. Epifanius sprak over die richting het anathema uit, maar verlangde van johannes, dat deze hetzelfde zou doen tegen het Origenisme. Hieronymus, die voor zijn naam in het Westen bevreesd begon te worden, koos de zijde van Epifanius en wendde zich van Johannes en Ruflnus af. Nu begon een bittere strijd. Theofilus, bisschop van Alexandrië, wilde aan dien strijd een einde maken. Hij zond den presbyter Isodorus naar Jeruzalem en deze wist een verzoening te bewerken tusschen Hieronymus en Rufinus (396).

Nu ontbrandde echter de strijd in Italië. Rufinus was naar het Westen teruggekeerd en vertaalde Origenes' werk aegl oqx&v in het Latijn. Hij liet in de voorrede uitkomen, dat Hieronymus een aanhanger van Origenes was. Toen Hieronymus dat bemerkte, was hij diep verontwaardigd en hij begon een hartstochtelijke polemiek tegen Justinus (Apologia adversus Rufinum). De bisschop van Rome, Siricius, nam Rufinus in bescherming, maar zijn opvolger Anastasius riep Rufinus, die naar Aquileja gegaan was, ter verantwoording. Rufinus verscheen niet, maar zond een apologie, die den paus niet bevredigen kon. In 399 werd het Origenisme door den paus veroordeeld. Hiermede was de strijd nog niet uit. TheofUus van Alexandrië was een zeer heerschzuchtig man. Hij had tot 399 het altoos gehouden met de aanhangers van Origenes, maar, toen de anti-Origenistische monniken hem te lijf wilden gaan, keerde hij om in zijn opinie en begon de aanhangers van Origenes te verdrukken. Deze vluchtten deels naar Palestina en deels naar Constantinopel. Ze werden welwillend door Chrysostomus ontvangen. Deze trachtte een verzoening tot stand te brengen met Theofilus, maar deze wees die bemiddeling af. Chrysostomus wilde zich nu terugtrekken, maar de Origenistische monniken wisten keizerin Eudoxia voor zich te winnen. Nu riep keizer Arcadius een synode tezamen, waar Theofilus moest verschijnen, en waar Chrysostomus voorzitter zou zijn. Zoo was dan de strijd nu ook in Constantinopel ontbrand. Theofilus wist het •hof tegen Chrysostomus op te zetten, wat niet

moeilijk viel, omdat de keizerin hem haatte. Nu kwam Theofilus met een schitterend gevolg naar Constantinopel en belegde te Chalcedon in 403 een synode op het keizerlijk landgoed Drys (eik). Daar werd Chrysostomus afgezet en de keizer veroordeelde hem tot verbanning. Wel werd hij teruggeroepen, toen een ramp (men zegt een aardbeving) Constantinopel geteisterd had en Theofilus moest vluchten naar Alexandrië, maar korten tijd daarna, toen Chrysostomus de luidruchtige inwijding van een standbeeld voor de keizerin bestrafte, wakkerde de partij van Theofilus het twistvuur weder aan en andermaal werd Chrysostomus verbannen, nu naar Armenië. Het geheele Westen nam het voor Chrysostomus op, maar niets mocht baten. Zijn ballingschap werd verzwaard. Hij werd naar Pityus, aan de Zwarte zee gelegen, gevoerd, maar onderweg stierf hij. (Zie art. Chrysostomus.) [ 24.

Orléans. Een zijtak van het huis der Bourbons. Philippe d'Orléans is gedurende acht jaren (tot 1723) regent over Lodewijk XV en maakt la Régence tot een der meest beruchte, tijdvakken der Fransche geschiedenis. Zijn zoon, Louis Philippe, wordt door den haat van Marie Antoinette en het Hof gedreven in de armen der democratie. Hij deinst voor geen enkel middel om populair te worden terug, aanvaardt in 1792 den naam van Philippe Egalité en stemt, als afgevaardigde ter Conventie, voor den dood des konings. Robespierre zendt hem na het verraad van Dumouriez waarbij zijn zoon betrokken was, als corrupt naar de guillotine. De Juli-revolutie (1830), die een einde maakte aan de regeering van Lodewijk XVIII, brengt dienzelfden zoon op den troon van Frankrijk. Hij heet ook Louis Philippe en draagt den bijnaam van Burger-Koning. Zijn regeering (1830—1848) geeft aan de aristocratie van het geld den invloed dien de Restauratie had gegeven aan de aristocratie van den adel, en vindt haar einde in de Februari-revolutie. De laatste spruit uit het huis van Orléans, de kleinzoon van Louis Philippe en kroonpretendent der Fransche royalisten, is in 1925 gestorven. [ 50.

Ormuzd is een andere, latere godsnaam voor Ahura-Mazdah. Zie daarover het artikel over Mazdeïsme. De Grieken noemden Ormuzd Oromazes of ook Oromasdes. [ 6.

Ornaat van het Latijnsche ornatus, opschik, sieraad, vooral ambtstooi, ambts-sieraad en -kleeding, staatsie of ambtskleed, inzonderheid der Roomsche geestelijkheid. Kerkornaat heeten in de Roomsche kerk de kleeden, waarmede het altaar, de kansel enz. zijn behangen.

Orosius (Paulus), uit Tarragona, presbyter, trad in verbinding gedurende de Priscillianistische twisten met Augustinus. Bij een bezoek, dat Orosius in 414 aan Afrika bracht, reikte hij aan Augustinus een boek over getiteld: Commonitortum de errore Priscillianistarum et Origenistarum. Dat boek moest dienen om Augustinus op de hoogte te brengen met de dwalingen van de Priscillianen en Origenisten. Van Afrika reisde hij naar Betlehem en daar werd hij in den Pelagiaanschen strijd gewikkeld (convent te Jeruzalem 415). Hij schreef nu zijn boek: Liber apologeticus de arbitrii libertate, waarin bij het standpunt van Augustinus over de leer van de