is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PENTECOSTAL

we daarom ons geloof in het gezaghebbend karakter van dit deel der Heilige Schrift zouden moeten prijsgeven; dat geloof is niet afhankelijk van de vraag of ons denken al of niet op moeilijkheden stuit; maar ernstige moeilijkheden voor ons denken zouden we dan toch zeker hebben. Nu zijn echter de tegenstrijdigheden welke men in den Pentateuch meent te ontdekken inderdaad allerminst van dien aard dat ze ons ernstig oehoeven bezig te houden. Voor het overgroote deel zijn ze van dezen trant: dat volgens Oen. 6 : 19, 20 en andere plaatsen van alle dieren éën paar in de ark van Noach werd opgenomen, en volgens Gen. 7 : 2, 3 van de reine dieren zeven paren — wat natuurlijk geen tegenstrijdigheid is, doch slechts een aanvulling van het bizondere naast het algemeene. En voor zoover ze inderdaad iets meer van werkelijke tegenstrijdigheden hebben, leert toch een nauwgezette bestudeering der desbetreffende plaatsen dat de moeilijkheden waarlijk niet onoverkomelijk zijn. ,. --'Het resultaat, waartoe de erkenning van nietMozaïsche bestanddeelen nevens een belangrijk Mozaïsch materiaal leidt, dat namelijk de Pentateuch in later tijd met gebruikmaking van dat Mozaïsche materiaal door een ons onbekenden auteur is te boek gesteld, doet nu ook nog de vraag opkomen, of deze auteur behalve het Mozaïsche materiaal, dat we hoofdzakelijk in de wetten en in de beschrijving van Mozes' historie vinden, ook nog andere bouwstoffen gebruikt heeft, deels van na-Mozaïschen, deels echter ook van vóór-Mozaïschen datum. Als afkomstig uit een na-Mozaïsche bron leerden we reeds kennen het in Num. 21 : 14, 15 gegeven citaat uit het „boek van de oorlogen des Heeren". En mogelijk zijn er zoo nog enkele stukken meer. Dat in den Pentateuch eveneens vóórMozaïsch materiaal is verwerkt is reeds hierom waarschijnlijk, dat de periode vóór Mozes, waarvan de geschiedenis beschreven wordt, zich over zoovele eeuwen uitstrekt. Ongetwijfeld is in de alleroudste tijden de mondelinge overlevering van buitengewone beteekenis geweest, maar het is alleszins aannemelijk dat de schriftelijke opteekening daarvan niet eerst met Mozes is begonnen; en het boek Genesis vertoont daarvan ook metterdaad de sporen. De verschillende geslachtslijsten kunnen, tenzij men ze als zuivere producten der fantasie wil bestempelen, onmogelijk anders dan op schriftelijke traditie berusten; waarvan we zelfs een heel sprekend bewijs hebben in Gen. 5:1, waar het opschrift van de genealogie van Adam tot Noach mede is overgenomen en in het gebruik van het woord „boek" toont dat wij met een geschreven document te doen hebben. Het is zeer goed mogelijk dat naast deze schriftelijke bouwstoffen ook nog van mondelinge traditie is gebruik gemaakt, want dat beide geruimen tijd nevens elkander hebben voortbestaan is wel zeker. Ook voor den lateren tijd schijnt dat in betrekking tot de Mozaïsche geschiedenis met name uit de Psalmen te blijken.

Indien we ten slotte de vraag stellen, of de overige boeken van het Oude Testament niet alleen, gelijk we opmerkten, sporen van bekendheid met de Pentateuchale wetgeving bevatten, maar ook bepaald het bestaan van den Pentateuch

HOLINESS KERK 551

als zoodanig veronderstellen, dan leert een nauwkeurig onderzoek, dat inderdaad door heel het Oude .-Testament heen de gegevens daarvoor aanwezig zijn. Deze gegevens zijn — dit moet worden toegestemd — niet van zoodanige kracht, dat zij. het bestaan van den Pentateuch dwingend bewijzen; maar wat aan deze inderdaad eenigszins zwakke gegevens toch weer belangrijke beteekenis verleent is het feit, dat zij in de jongste boeken die zeker afkomstig zijn uit den tijd, dat de Pentateuch reeds bestond, geen ander karakter dragen dan in de oudste. De sporen, die bij voorbeeld de zeer jonge boeken Kronieken, Ezra en Nehemia voor het bestaan van den Pentateuch vertoonen, zijn hoegenaamd niet sterker dan die welke het boek Richteren biedt. Alleen met dit eene voorbehoud, wat de geslachtslijsten in Kronieken betreft: deze zijn zoo duidelijk uit den Pentateuch overgenomen, dat zij ons het dwingend bewijs leveren dat de Kroniekschrijver dezen gekend heeft. Maar in het overige van Kronieken, zoowel als in Ezra en Nehemia, zijn de sporen van den Pentateuch in geen enkel opzicht ongelijk aan die welke wij in de overige Oud-Testamentische boeken vinden; en dat maakt die overigens zwakke aanwijzingen juist weer sterk.

Dit resultaat heeft tevens beteekenis voor den tijd van het ontstaan van den Pentateuch. Immers, waar reeds de oudste boeken, als Jozua en Richteren, die in elk geval vóór de verovering van den burcht Zion door David moeten gesteld worden, sporen van bekendheid met den Pentateuch vertoonen, moet het ontstaan van den Pentateuch allicht wel even vroeger, dus zeker niet later dan onder de regeering van Saul worden gedacht. Dit komt merkwaardig goed overeen met de conclusie waartoe de indirecte gegevens in den Pentateuch zelf leiden, vooral met het oog op Gen. 36 : 31. En in dezen wederkeerigen steun dien de langs verschillende lijnen verkregen resultaten elkander bieden, mogen we een bevestiging zien van het gevoelen, dat de Pentateuch inderdaad in dien tijd is geboren, als de tenuitvoerlegging van een grootsch en machtig plan, om de geschiedenis van de menschheid en van het volk Israël in het bizonder te beschrijven tot en met Mozes' dood, ten einde daarin te toonen den heilsraad Gods. Wij kunnen daarbij bewondering koesteren voor den ordenenden geest, die het te zijner beschikking staande materiaal tot een zoo voortreffelijk en welgesloten geheel heeft saamgevoegd; maar bovenal worden wij gedrongen tot dank aan God, die ons door de inspiratie van dezen auteur een zoo belangrijk deel van Zijn Woord heeft geschonken, waarin ons geopenbaard wordt onze schepping en val met hare ontzettende gevolgen van verwording, maar ook Gods genade die in deze verwording ingrijpt door Zijnen heilsraad, en dien in een afzonderlijk, daartoe verkóren volk, Israël, aanvankelijk verwezenlijkt, maar daarin ook zinnebeeldig afschaduwt wat eens de volle verwerkelijking van Zijn verlossingsplan in Christus wezen zal. [10.

PentecosJal Holmess Kerk. Een kerkengroep in Noord-Amerika, met 7000 leden, en omtrent 500 predikanten. De bestaande „Pentecostal