is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

652

QUARTIER LATIN — QUESNEL

Quartier latin noemt men een oud gedeelte van Parijs, aan den linkeroever van de Seine, waarin de Sorbonne, het College de France en andere onderwijsinrichtingen zijn gelegen, en waar veel professoren en studenten wonen. [ 17.

Quartodccïmanen. In de kerk ontstond in de 2de eeuw een verschil over den tijd, wanneer het Paaschfeest moest gehouden worden. In het Oosten, voornamelijk in Klein-Azië, vierde men het op den Joodschen datum, den 14den van Nisan. In tegenstelling daarmede hield men in het Westen, voornamelijk te Rome, het op den dag, d.i. op Zondag. Die het gevoelen der Oosterschen deelden werden Quartodecimanen of Tessareskaidekatiten genoemd. [ 24.

Quasimodogeniti (als nieuw-geborenen, 2 Petr. 2 : 2) naam van den eersten Zondag na Paschen, ook octava infantium, dominica in albis (witte Zondag). De week, die daarop volgt, heet de witte week. Dan moeten de op Zaterdag voor Paschen gedoopten in witte kleederen voor de gemeente verschijnen. [ 24.

Quatertemper, (midd.-Latijn: quatempöra; uit het Latijn quatuor tempora, vier tijden) het vierde van een jaar; ook: dag, waarmede een vierendeelsjaar aanvangt. In de Roomsche kerk worden Quatertemper-dagen genoemd: de Woensdag, Vrijdag en Zaterdag, welke respectievelijk vallen na den 3den Zondag van den Advent, den lsten Zondag der Quadragesima, den Pinksterzondag, en in de 3de week van September; het zijn vastendagen.

Quatre-Bras, gehucht, gelegen tusschen Brussel en Charleroi, bekend geworden door het felle gevecht, den 17 Juni 1813 geleverd tusschen een Fransch legercorps onder Maarschalk Ney aan den eenen kant, en de Nederlanders en Nassauers, respectievelijk onder den Prins van Oranje (later koning Willem II) en Bernard van Saksen-Weimar aan den anderen kant. [ 50.

Quatrocento. Hieronder verstaat men het tijdperk van den stijl van de Italiaansche VroegRenaissance, 1420—1500. Het was de tijd, waarin men de tot dusver gevolgde bouwvormen met de antieke zocht te vereenigen, en een herleving beoogde van de klassieke oudheid in de bouwkunst. In dit tijdperk kwam vooral de bouw van de paleizen voor vorsten en aanzienlijken tot rijke ontwikkeling, waarbij men onderscheidt den Florentijnschen, den Romeinschen en den Venetiaanschen stijl. Groote kunstenaars heeft dit tijdperk opgeleverd, onder wie genoemd moeten worden: Filippo Brunellesco (1377— 1446) de bouwmeester van het Paleis Pitti; Benedetto da Majano (1444—1498), die het Paleis Strozzi bouwde, beiden te Florence; Donato Bramante (1444—1514), de stichter van het Paleis della Cancellaria te Rome; Pietro Lombardo (f 1511), die in 1481 Venetië met het prachtige Paleis Vendramin Calergi verrijkte, dat als het voornaamste werk van het Quatrocento kan worden aangemerkt. [ 33.

Quellinus (Artus), een Vlaamsch beeldhouwer, geboren te Antwerpen in 1609 en aldaar overleden in 1668, heeft zijn meeste en beste kunstwerken aan Nederland ten goede doen komen. In 1650 op verzoek van Jacob van Campen, die toen bezig was het Raadhuis te Amsterdam

te bouwen, herwaarts gekomen, heeft hij dit bouwwerk verrijkt met de voortbrengselen van zijn machtige kunst, die de kenmerken dragen van zijn fijne beschaving, zijn groote ontwikkeling en zijn grondige kennis van de Oude Geschiedenis. Zoo is hij de maker van de marmeren beeldhouwwerken in de Vierschaar, de antieke godenbeelden van de galerijen, het reliëf boven de deur van de Desolate Boedelkamer, de fries van den schoorsteenmantel in de Troonzaal en de onovertroffen allegorische beeldwerken in de gevelvelden aan den voor- en den achtergevel. Ook de bronzen beelden, die deze gevels bekronen, zijn door hem gemodelleerd. Als beeldhouwer van portretbusten stond hij in groot aanzien, zoodat hij van de aanzienlijkste aristocraten opdrachten daartoe ontving. Sommige daarvan zijn nog in het Rijks-Museum aanwezig. Ook is hij de vervaardiger van een graftombe in de Mariakerk te Berlijn. [ 33.

Quenstedt (Andreas), geboren te Quedemburg 1617, een neef van Joh. Gerhardt. Als student stond hij te Helmstad onder den invloed van Georg Calixtus. In Wittenberg werd hij streng-Luthersch. In 1649 werd hij buitengewoon hoogleeraar aldaar, in 1660 gewoon hoogleeraar. Hij stierf in 1688. Hij is een der meestbeteekenende Luthersche godgeleerden geweest. In 1685 gaf hij uitzijn Theologiadidactico-polemica en systema theologiae. Daarin vat hij tezamen zijn gedachten over de toenmalige positieve orthodoxe theologie. Hij bespreekt in elk leerstuk eerst didactisch de causae, effectus, definitlones, attrlbuta en adjuncta. Daarna behandelt hij polemisch den status controverstae (êeoie, Sxdeois, avrideoig). In alles toont hij groote belezenheid. Hij redeneert streng logisch. Jammer dat hij op scholastieke manier zijn kracht meer zocht in distincties en een dor schematisme dan in een beschrijving van de geloofswaarheden, zooals die de grootste waarde bezitten voor geloof en leven. De Heilige Schrift gebruikt hij meer als een verzamelplaats van textenmateriaal dan als grondslag voor de kennis Gods. Hij was wel scholastisch maar niet origineel. Hij ontdekte spoedig ketterijen en stelde soms curieuze dogmatische vragen. Quenstedt was een man met een mild karakter. In zijn boek Ethica pastorum et instructio pastoralis 1678 beval hij het lezen van Arndt's Wahres Christentum aan. [ 24.

Quesnel (Paschasius), Jansenist, geboren 1634 te Parijs, kwam in 1657 in het Oratorium Jesu. Hij gaf de werken van Leo den Groote met annotaties uit. In die noten verdedigde hij de vrijheden van de Gallicaansche kerk. Hij moest, omdat de aartsbisschop van Parijs het Augustinianisme verbood aan de vaders van het Oratorium, die plaats verlaten. Omdat hij weigerde een anti-Jansenistische formule te onderteekenen, vluchtte hij in 1685 naar Brussel tot Antoine Arnauld. Na diens dood werd hij hoofd van de Jansenistische partij (1694). Reeds in 1657 had hij uitgegeven: Reflexions morales sur le Nouveau Testament met het doel het Jansenisme te verbreiden onder het volk. De jezuieten waren over het verschijnen van dit boek zeer gebelgd. De bisschop van Mechelen