is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

REMIGIUS — REMONSTRANTEN

715

Remigius. I. Remigius, de heilige, de Apostel van Frankrijk, aartsbisschop van Rheims. Hij be| diende op Paschen 496 den doop aan den koning der Franken Clovis. De overlevering zegt, dat hij wonderen verricht heeft. Hij moet eens op de synode te Rheims (514) een Ariaan, die van zijn dwaling terug wilde keeren, de spraak, welke f hij, verloren had, teruggegeven hebben. Leo XI beval, op de synode van Rheims (1049), dat het gebeente van Remigius uit het klooster naar de kerk van Rheims zou overgebracht worden en I hij. verhief 1 October tot een dag ter gedachtenis aan den heiligen Remigius.

II. Remigius, aartsbisschop van Lyon, ofschoon opvolger van Amolo van Lyon, die tegen de praedestinatie-leer was, was een verdediger van Gottschalk. Hij gaf op brieven van Hinkmar en Pardulus in naam zijner kerk een uitvoerig antwoord. Daarin hield hij vast aan de eeuwigheid en onveranderlijkheid van de praesctentia en praedestinatlo Dei. Deze beide hield hij voor identisch in betrekking tot God, maar niet in betrekking tot de schepselen. De booze werken der schepselen zijn door God tevoren geweten, maar niet gepraedestineerd. God dwingt niemand tot booze daden. Van de electl gaat niemand verloren, van de reprobatl wordt niemand behouden, piet omdat zij zich niet bekeeren kunnen, maar omdat zij zich niet bekeeren willen. [ 24.

Remonstranten. In ons vaderland dongen in de 16de en 17de eeuw twee levensbeschouwingen om den voorrang. Sedert 1555 dagteekent de invloed van Calvijn in de Noordelijke Nederlanden, maar de beginselen van den grooten Hervormer van Genève werden, noch wat de leer der voorbeschikking noch wat de strenge handhaving der tucht betrof, door alle reformatorisch gezinden in ons vaderland aanvaard. Men had hier ook de geesteskinderen van Erasmus, Coornhert en anderen. Uit deze machtige geestesworsteling is hier te lande het Remonstrantisme geboren, dat zoo nauw met den naam van Arminius verbonden is. Toch was Armijn reeds gestorven (1609), toen zijn geesverwanten in stilte te Gouda samenkwamen om de Remonstrantie op te stellen, te onderteekenen en straks bij de Staten van Holland in te dienen (1610). Vooral de V artikelen over de leer trokken in deze Remonstrantie de aandacht. Zij richtten zich in de eerste plaats scherp tegen de voorstanders van het hooge gevoelen (het supralapsarisme) en gaven een eenzijdig-hatelijke voorstelling van de Calvinistische leer van verkiezing en verwerping. Tevens wekten zij den schijn, dat ook de Remonstranten geloofden in een eeuwig en onveranderlijk besluit Gods van iyoo-T de grondlegging der wereld betreffende verkiezing en verwerping (art. 1). In het 2de artikel beleden de Arminianen echter, dat Christus de Zaligmaker der wereld voor ieder mensch gestorven is, alzoo dat Hij voor allen door den kruisdood verzoening der zonden verworven heeft (dus de leer der algemeene verzoening). Het 3de artikel leerde daarentegen, dat het noodig is, dat de mensch van God in Christus door Zijn Heiligen Geest worde herboren en vernieuwd naar het Woord van Christus: Joh. 15:5: Zonder Mij kunt gij niets doen. In het 4de artikel kwam

Pelagius weer om den hoek gluren. Na de genade Gods hoog geroemd te hebben, verklaarden Arminius' volgelingen plotseling, dat wat de manier van de werking der genade aangaat/die niet onwederstandelijk is. Ten slotte betoogden de Remonstranten in art. 5, dat nog nader uit de Schrift moest onderzocht worden, of degenen, die Jezus Christus door een waar geloof zijn ingelijfd, door nalatigheid het beginsel van hun zijn in Christus kunnen verlaten en de genade kunnen verwaarloozen.

Terecht schrijft Groen van Prinsterer: „Op kunstige wijze verbloemd, wat weldra bleek hun gevoelen te zijn omtrent de vijf punten: 1. verkiezing uit een voorgezien geloof; 2. algemeenheid van de voldoening van Christus; 3. vrije wil, of kracht van den verdorven wil ten goede; 4. ongenoegzaamheid der goddelijke genade ter bekeering van den zondaar; 5. mogelijkheid van den afval der heiligen. De vrije wil de spil waar het gansche rad op draait."

Ook professor G. J. Heering erkent: „Het valt niet moeilijk in de vijf artikelen tegenstrijdigheden te ontdekken. De mensch heeft het geloof

niet uit zichzelven, maar de mensch heeft

het toch in zijne macht dat geloof al of niet te aanvaarden."

Een tijdlang hebben de Remonstranten, door de hulp der Staten en Vroedschappen in Holland gezegevierd, maar plotseling koos Prins Maurits tegen hen partij en werden de borden verhangen. Barnevelts overmoed, die de Remonstranten krachtig steunde, bleek geen overmacht te zijn. En als dan de raadspensionaris met Hugo de Groot en anderen zijn gevangen genomen en de vroedschappen in Holland en Utrecht zijn omgezet, kan de groote Synode van Dordrecht geopend worden, waar de laatste wanhopige strijd tusschen Calvinisten en Remonstranten zou worden gestreden (1618/19).

Zooals men weet werd de souvereine hoogheid Gods op deze Synode krachtig gehandhaafd en de leer der Remonstranten door de gansche vergadering veroordeeld. In 't geheel verloren weldra 200 predikanten hun ambt, terwijl ongeveer 80 moesten wijken.

Op Dinsdag 5 Maart 1619 werd nu te Rotterdam in alle stilte de geboortekreet der Remonstrantsche Broederschap geslaakt. De stichting dezer Broederschap had echter den 30sten September 1619 te Antwerpen plaats. Onder leiding van Wtenbogaert werd besloten te blijven volharden bij de leer der Remonstranten, de gemeenten in het vaderland te helpen, tien van de uitgeweken predikanten naar deze terugte zenden, een „verklaring des geloofs" samen te stellen, de ouders te waarschuwen hun kinderen niet bij de Calvinistische schoolmeesters ter school te zenden en de leden van het moderamen (Wtenbogaert, Episcopius en Gre vinckhoven) tot buitendirecteuren der sociëteit te benoemen. De Remonstrantsche Broederschap v/asgesticht. Bange tijden zouden echter nog voor de Remonstranten aanbreken. Op vaderlandschen bodem verboden en geweerd, door de groote menigte geschuwd, door een aanzienlijk deel der vroegere Remonstranten in den steek gelaten, in zichzelve klein en amechtig, heeft de Broederschap niet