is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ROMEINSCHE RIJK

767

Romefnscbe Rijk. Het oude Rome, in de dagen van het koningschap (tot 510 v. Chr.) en in de eerste jaren van de republiek (deze heeft geduurd van 510—27) was niet anders dan een gemeente, met in hoofdzaak een plattelandsbevolking en met als middelpunt de stad, de woonplaats van de gegoeden en de regeeringscolleges.

Gestadig heeft evenwel de heerschappij der Romeinen zich uitgebreid. Sinds oude tijden vormde Rome met de andere steden in Latium een bond, den Latijnschen Bond, waarvan oorspronkelijk Alba Longa het hoofd was. Spoedig kreeg echter Rome de hegemonie in dien bond. Gesteund door dien Latijnschen Bond, kon Rome de omringende streken onder zijn heerschappij brengen. Dat begon al met de Etruriërs; hun machtige stad Veji werd na een langdurig beleg ingenomen en verwoest. Reeds in de 4e eeuw werd de hegemonie van Rome in den Latijnschen Bond een overheersching; de Latijnen eischten gelpheid van rechten, maar Rome gaf niet toe en onderwierp de vroegere bondgenooten. Nu was Rome even machtig als de Samnieten; doch dezen moesten ten slotte de meerderheid der Romeinen eikennen. In den strijd met Pyrrhus van Epirus behield Rome de overhand — ondanks de „Pyrrhus-overwinningen" van den Epirischen koning. Zoo had Rome reeds omstreeks 275 de heerschappij over Italië.

Zegevierend tegen vijanden voegde de Republiek steeds nieuwe landen onder haar heerschappij. Ondanks de geweldige Punische Oorlogen, ondanks de crisis van een herhaalden Burgerkrijg, wist Rome al de landen om de Middellandsche Zee onder zijn bewind te brengen.

Onder het keizerschap, dat met Augustus in 27 v. Chr. aanvangt, heeft het Rijk een omvang en beteekenis, dat men spreekt van bet Romeinsche wereldrijk. Wel had het Rijk een wisselende oppervlakte (onder het bewind van Trajanus kreeg het zijn grootste uitgestrektheid), maar toch vertoont het een zekere vastheid in den bloeitijd der keizers. Wanneer wij van het Romeinsche Rijk spreken, denken wij met name aan het rijk in den keizertijd. Het behoort tot de Wereldrijken in de Geschiedenis. Als wij het vergelijken met latere wereldrijken behoort het niet tot de grootste, zooals dit staatje toont.

Wereldrijken: Oppervlakte:

Romeinsche Rijk 5.3C0.000 K.M.2

Rijk der Arabieren (10e eeuw) 10.000.000 K.M.2

Rijk der Mongolen (13eeeuw) ll.COO.000 K.M.2

Spaansche koloniale rijk 11.0C0.000 K M.2

Russische Rijk 22.600.000 K.M.2

Britsche Wereldmacht 31.000.000 K.M.2

Daartegenover staat evenwel dat in het Romeinsche Rijk vermoedelijk der toenmalige menschheid woonde. Een verhouding, welke alleen in het Britsche wereldrijk terugkeert. Ook dit beheerscht >/4 van het menschdom; maar het mist het aaneengesloten e, het compacte van het welgeorganiseerde Romeinsche Rijk.

Buitendien, een kenmerk van een wereldrijk is, dat het geen rivalen naast zich heeft, dat het een grootheid vormt, zonder gelijkwaardigen

mededinger. En zoo was het met het Romeinsche Rijk in de dagen van zijn bloei en grootheid. Het beheerschte de bekende wereld (Luc. 2:1), het was een macht, die zijns gelijke niet kende.

De grootheid en organisatie van het Romeinsche Rijk is van de uitnemendste beteekenis geweest voor de verspreiding van het Evangelie over de aarde. „De Romeinsche heerschappij was noodig, om de wereld van den apostel Paulus voor de ontvangst van het Evangelie des Kruises voor te bereiden. Zij bracht voor een tijd allerwege orde en veiligheid. Door hun machtige organisatie omspanden de Romeinen die gansche wereld als met één greep, en hielden zij alle volken in bedwang. Door de heirwegen voor hun troepen maakten zij alle landen ook toegankelijk voor den boodschapper van den eenigen Naam, die onder den hemel is gegeven tot zaligheid. Zij brachten contact tusschen de natiën tot stand en maakten dus wereldverkeer mogelijk" (G. Wielenga, Paulus).

Van dat Romeinsche Rijk als wereldmacht is Augustus de stichter. Meer dan twee eeuwen hebben zijn opvolgers de lijnen, door hem getrokken, in hoofdzaak ongeschonden gelaten. Het zijn de eeuwen van bloei en grootheid van het Romeinsche Keizerrijk.

Dan komt met de derde eeuw gisting en storm, geweldige verandering; het is de eeuw, waarin het Christendom de wereld gaat overwinnen.

In het Romeinsche wereldrijk was langzamerhand een cosmopolitisme, een wereldburgerschap ontstaan. Deze geest had in kunst en litteratuur, in zedelpheid en godsdienst al het afzonderlijke weggevaagd. Voor kunst en wetenschap beteekende dat verslapping: van allen nationalen wortel losgemaakt, vertoonden die in hun productie de gepolijste eentonigheid van wereldkunst en wereldlitteratuur. Anders stond het echter met den eerst nu volkomen ontnationaliseerden godsdienst. Wereldgodsdiensten woelden naar boven, los van volksbelangen en aardsche verwachtingen met eischen van absolute zedelijkheid en overwegend bovenaardsche idealen. Die zouden eindelijk den honger stillen naar zuiverder godsbegrip en betere zedelijkheid, die de menschheid nu reeds eeuwen verteerde. Het Christendom overstraalde onderhen zijn mededingers verre; het behaalde op hen en op het uitgeputte Grieksch-RomeinschOostersche religieuse leven de zege. Het Christendom heeft op denken en doen der menschheid een invloed uitgeoefend, zooals geen enkel ons bekend historisch verschijnsel ooit voor dien of na dien (H. van Gelder, Algemeene Geschiedenis II 455).

Daarom valt in de 3e eeuw de scheiding tusschen den Antieken en den Christelijken tijd. Daarom eindigt het eigenlijke Romeinsche Rijk als stichting van Augustus eigenlijk in dien tijd, te meer, wijl het werd gewikkeld in gevaarlijke oorlogen met de Germanen en de Nieuw-Perzen.

In gewijzigden vorm, met gansch anderen beschavingsinhoud bestaat dan het Romeinsche Rijk in het Westen nog tot 476, in het Oosten als Byzantium tot 1453.

Het jaar 476, waarin dan de laatste schijn-keizer. Romulus Augustulus, wordt afgezet, beschouwt men als einde van het Romeinsche Rijk. ( 39.