is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe geluiden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deze fantasie uit in een gedroomd Grieksch Arcadia, dat dan echter als 't ware in Empire-stijl verzacht wordt, gaarne begeeft zij zich ook de Hollandsche natuur in, wier strenge wijdten zich dan idyllisch verengen. Het meest verrassend wordt deze kunst, wanneer zij zich wendt tot de dingen van het dagelijksche leven, en deze ziet met dogen die nog vol van een zachte verledensdroom zijn, — tot welk een plechtigantieke handeling bij voorbeeld wordt het maken van een ledikant! — Als variatie ten slotte nog een vers van een dichter van gansch andere geaardheid, die, hoewel in denzelfden tijd debuteerend, langs gansch andere wegen tot rijpheid kwam: FRANCOIS PAUWELS. In hem spreekt zich een menschelijkheid uit, die men bij uitstek sociaal en collectief kan noemen, zeer weinig verfijnd, van geringe persoonlijke nuanceering, maar gul en breed en warm en van heftige bewogenheid. Uit zijn verzen rijzen vooral de gestalten van de vernederden en beleedigden omhoog, zij die hun ellende als „een somberen adel" dragen. Deze gestalten hebben bij Pauwels een zekere dreigende monumentaliteit. Men leze dit vers der moordenares die moeder wordt, en de brandende gloed van pathetiek, de siddering van mededoogen waarmede de dichter deze sombere lijdensgestalte omgeeft. — Het sociale protest, het sociale medelijden en het schrijnende verantwoordelijkheidsgevoel, gelijk dit vóór den oorlog in de geesten leefde, vonden in Pauwels één der meest welsprekende vertolkers. Jammer alleen, dat deze plastisch-groote typeeringen door den dichter zoo goed als nimmer psychologisch verdiept worden. Beproeft hij dit, dan vervalt hij voorloopig nog dikwijls in de sociale gemeenplaats.

OVERGANG. Wanneer men, tot oriënteering van de tijdgenooten, in de poëzie van zijn tijd enkele begrenzingen en scheidslijnen schetst, (wier voorloopig karakter hier als vanzelf sprekend moet worden aangenomen) dan is het aantal overgangsfiguren of liever grensgevallen zeer groot. Want een plotselinge overgang is in het geestesleven niet denkbaar. Er zijn weliswaar merkwaardige versnellingen, maar ook deze worden onveranderlijk

XVII