Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Avond op het balcon.

Wij zagen zwijgend naar het dalen

Der langzaam ondergaande zon,

Terwijl de laatste zonnestralen

De zuilen roodden van 't balcon;

Wij ademden de zoele geuren

Van lindebloesem en van hooi

En keken naar het stil verkleuren

Van 't aardsch en van het hemelsch mooi.

Maar, toen het bloeiend licht verdorde, En 't purper somber werd en koud, Is ook mijn hart bedroefd geworden En stervensmoede en stervensoud; Nog even hield een vaag verlangen Mijn doodsche droefheid zacht gekleurd. En als een geur, die loom blijft hangen, Het ledig van mijn ziel doorgeurd.

En zachtkens, naar mij toegedragen Door d'a vond wind, klonk uit de vert' Het rollen van een boerenwagen En 't was, of daar gezongen werd; Reeds naderden de paardehoeven En vredig uit het stil verschiet Vernam mijn oor het sleepend droeve Gezang van een godsdienstig lied.

8

Sluiten