Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

zijden blouse en schoot over haar werkrok heen haar Zondagschen aan en het duurde niet lang, of ze deed haar kanten pelerien met zwarte gitten om en bond de breede fluweelen linten van haar kapothoedje om haar zware kin, die drie geledingen had. Dan ging ze gejaagd naar beneden. De kinderen waren weg en de straat op. Ongeduldig liep ze naar dé deur, om te zien of Net nog niet kwam. Ze mopperde: ,,'t Is al vijf voor elf en mijn hooge tijd; ik zie me nog te laat komen! Waar blijft die nu toch, die kwezel? Bidden is goed, maar je moet er niet andere dingen om verwaarloozen! Da's geen manier van doen!" De klok van het stadhuis sloeg haar metalen elf. Móéder Majelle keek nog eens de verte in met haar gehandschoende hand boven haar oogen, maar nog kwam Net niet aanzetten. „In godsnaam dan maar weer, ik zal dan maar naar de laatste Mis gaan. Wat een tijdverlie*", mopperde ze, terwijl ze haar hoedje afdeed en haar pelerien, die ze ging ophangen aan een kapstok in den hoek van het café.

Moeder Majelle was uit haar humeur:

Sluiten