is toegevoegd aan uw favorieten.

Het avontuur van David Zangvogel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BEIDER LEED.

161

randen van kleurig kralenborduursel, waarop, bij de Boeken, niets anders mocht liggen.

— Fer, bel je en wil je de Boeken krijgen?

Jaren, jaren lang die vraag. Moeder, die meeleefde met zijn studie, wier verwonderlijk vermogen om te begrijpen wat hij moest leeren, hem verbaasd had totdat hij uit huis was, maar die nooit één avond verzuimde, hem om tien uur te storen: — „De Boeken..."

Moeders wil-als-van-een-man, waarmee zij hem tot vader geweest was, die zijn liefde doortrok van ontzag, die vastheid had gegeven aan den eeredienst in huis — en waaraan hij toch was ontglipt. Een warring van gewaarwordingen belemmerde zijn denken; tegelijk kropte haat tegen dat geloof, dat niet-aan-te vatten hartstochtehjk-wreede, dat haar van hem hield gescheiden; en gierde de weedom van medelijden met haar smeekende smart bij het sterven, leed dat hij deed, nog nu, nog nu... Een man donkerde voorbij op den straatweg. Bij zijn geen-uitkomst-weten was het Ferdinand een afleiding, den langzamen menscheklomp na te oogen in den nevel ter herkenning. Doch onmiddellijk wendde hij om, met een afkeer van zichzelven wegens de zelfzuchtige lafheid, die de droefheid van zijn denken vlot kon laten afdrijven. Hij hep de kamer door om naar boven te gaan. Vóór de deur, bij de commode, waarboven het boekenrek, bleef hij staan, een armbeweging als een liefkoozing makend in de richting van de Boeken. Tegen het hooge meubel leunend, hield

Het Avontuur van David Zangvogel. 11