is toegevoegd aan uw favorieten.

Onder de tropenzon

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorgoed terüg. Onderwijl werkt hij, slaapt hij, werkt en slaapt, rookt Z'n pijp opium, blijft taai-geduldig in het gareel, in de havens passagierend, en tot ontspanning stiekum-weUuStig proevend van elk denkbaar genotsmiddel. Verzadigd van over-beschaving kent hij elke genotsondeugd, geeft er aan toe zonder dat z'n zinnen z'n verstand overmeesteren. Op z'n lichaam is hij zindelijk, aan den wal deftig m wit of shantung voor de tropen, in-pak-met-boord, gepoetste schoenenen gouden horlogeketting voor hoogere breedten. Aan den wal is hij vaak koopziek, laat gul z'n centen rollen om te tracteeren. Want buitengewone hebzucht is hem vreemd. Toch weet hij maat te houden in al wat hij doet, heeft training-van-eeuwen om te kennen het belang van sparen, zal telkensweer wegstoppen een goudstuk in het buideltje-tot-eigen-borg.

Terwijl de witte en zwarte fiches schoven en de spelers met droogzuchtende ademstootjes hun steenen neerkletsten, stak Wu Yung 'n versche cigaret op,kruiste tot verandering z'n beenen als een Boeddhabeeld Want hij wou er tóch bij blijven. Drie van de dobbelaars waren vreemden, wel Hongkong-men, maar niet „z'n eigen menschen. Zooals z'n zwager Fen Chong, dien hij als kabelgast voor tien gulden meer had laten monsteren, z'n oom, de afgeleefde Yip Yow, en zn broers pleegkind Ling Tsai, een jong aapachtig-vlug Chineesje die al •t klimwerk in de tuigage moest doen. Hij hield niet van vreemdinduwen, zooals de Soerabaia-shippingmaster gedaan had. Daar was Kaw Lung, die juist een sleutel bij hem halen kwam. Met dwarsuitgestoken arm, niinachtend voor zich kijkend, gaf hij den sleutel. En daar was Fa Hing, meer stevig-gedrongen koelie-type dan de anderen. Fa Hing die veel te gauw lachte om fatsoenlijk man te zijn, die nu ook telkens-weer grof zat te grinniken als grillig-onverwacht de kans omsloeg. Daarom kreeg Fa Hing alle beroerde baantjes, waren hij en Kaw Lung vaste kettingbak-gasten bij het anker-hieuwen. Wat vooral in de tropen vuil en beulend-zwaar karwei is om diep-weg in de ijzeren kelder onder het logies de vet-bemodderde, bijna niet te hanteeren kettingschalmen op te stuwen terwijl het horrelende ankerspil boven-aan-dek almaar inhieuwt. 160

160