is toegevoegd aan uw favorieten.

De lotgevallen van d'n ouweheer Dorus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van ziek zijn en sterven op zee» De dooje timmerman spookt aan boord

IN ballast voer toen de Jacob naar Hongkong. En 't tusschendeks werd dus schoon gemaakt, geschuurd en geolied. Achterin had je de provisie-kamer, achter 'n hek, - waar Stuurman Haring in wist te komen, om voor gezamenlijke rekening nog wel eens 'n vaatje rolmops te stelen. En verder sliep er de derde-stuurman.

Maar nu stond er tegen dat hek 'n ijzeren boei, met 'n ring... en daar knoopte Dorus weer een van z'n streken aan vast. Alleen jammer, dat die andere jongen aan boord, dien hij er bij noodig had, zoo'n lijp was, zoo'n echte lapsoes. Ja, want daar zat nou heelmaal geen leven in, in die sjlemiel. Affijn...

Dorus legt een langen zeilmakersdraad uit 't logies langs de binten naar die boei, en zet 'm vast aan den ring. Tegen z'n maat zegt ie: vannacht om twaalf uur, precies bij 't staan van de glazen, mot je daar nou effe zachies an trekken, dat die .ring 'n beetje beweegt."

Komt die derde-stuurman aan dek voor z'n wacht. „Wat mijn hier en ginder mankeert. Ik geloof dat 'k mal word. Want er is iets. Beneden, daar gaat 't maar tik, tik..."

Meteen moest Dorus nu, vóór hij zelf te kooi kroop, zorgen dat die draad daar weg kwam. En zoo herhaalden ze dat spelletje nacht aan nacht, dat telkens met slaan van twaalven die ring begon te kleppen...

Al heel gauw dorst de derde in dat vooronder, waar 't blijkbaar nou dus spookte, niet meer te gaan slapen. En hij spreekt er den eerste-stuurman over aan: „Ben je nou heelegaar bebliksemd?" zegt die. Maar Dorus, die er bij staat, moeit zich daar in.

67