is toegevoegd aan uw favorieten.

De lotgevallen van d'n ouweheer Dorus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Lamme salemandersteen, leg je weer in je nest? Laat je de anderen weer voor jou werken?" — „Och, hier en ginder, anders heb u immers óók nooit naar me omgekeken?"

Maar den volgenden ochtend gaan de matrozen passagieren. En zooals meer 's morgens, voelt Dorus zich zoo lekker als 'n visch. Kan ie wel over 'n huis vliegen. Dus hij klimt doodleuk bij dat volk in de boot.

Kreeg die ouwe hem in de smiezen: „Kom, jongens, gooi dien lammeling eruit, dien halven doojen vent, die jullie maar voor 'm laat sappelen. Je gaat toch voor je plezier an den wal? Jullie zal niks als moeite met 'm krijgen..."

Maar Dorus terug: „Ik ben passagier. Je heb niks over mijn te zeggen... Hort paard, vooruit maar."

En toen heeft hij daar in die negorij met dat volk toch zoo vrééselijk huisgehouden. Want hij was 'n woesteling! Eerst naar de roemer panjangs, waar die blauwe meiden wonen. En gezopen, gezopen, getandakt op bloote voeten, dat 't vel van z'n teenen afhing. Wou de politie ze telkens met die tjoenkokkers in d'r corpus prikken... Dan als dollemannen paardjegereden, en die luie dieren half lam geslagen... want Dorus: als ie schik had, pret-maakte... nou! Maar niks moest 'm dwars komen, of 't wier knokken, en, och mènsch nog aan toe...

Om drie uur 's nachts trokken ze door die woestenij — want Tjüatjap was toen nog één en al mul zand — in de richting van de Twee Keessies. En al maar brullende: „Lang zal ie leven." Maar eerst nog effe bij den arak-Chinees an. Alles gesloten. Zij trappen de deuren in - lagen er nog 'n stuk of wat op tafel met blauwe oogen, kapotte neuzen. Komt dat kleine Chineesie, doodsbenauwd buigende: What do you want, gentlemen, what do you want?" — Zuipen!" - Yes see, yes see..." Tot ze om zes uur met d'r stukkende koppen, schreeuwende en blerrende van „Lang zal we leven" naar boord zwalkten, terwijl 't water bij bakken uit den hemel

76