is toegevoegd aan uw favorieten.

De lotgevallen van d'n ouweheer Dorus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

telkens gehunkerd naar dat element, waar hij zich pas recht als 'n vogel zoo licht en onafhankelijk voelde. - Tot het laatste toe, tot nog in 't vorige jaar, - 'n tachtiger toch, met z'n kwalen en ouderdomscrupsies, dat hij zoo maar eens, stilletjes achter z'n verpleegster om, die 'm overal heen vergezelde, de deur uit gekuierd was, aan de Waalhaven heel beland in z'n eentje... En, daar lag dus het vliegveld! Hij Zette door, kwam er amechtig heen, zag een vliegtuig klaar staan voor de vlucht, klom er binnen en vloog mee naar Amsterdam en terug. De doodehjk ongeruste pleegzuster troostte hij bij z'n montere thuiskomst met de belofte dat ze den volgenden dag met hem samen zou vliegen - wat hij stipt heeft gehouden...

En dan - dan waren er nog de stilletjes bedroefde mensch-jes, zoo hier en daar, die elkaar vertelden van de verstolen „goede daden" van dien gulhartigen barren man, die toch zoo ongezouten verschrikkelijk op hen had kunnen snauwen en bulderen.

Dat robuste leven was nu uit. De „verandering", waar hij zoo naar had verlangd, eindelijk voor hem ingetreden in 'teeuwig onbekende. De uitvaart: ook die had hij zelf omstandig geregeld. Wie een rouwbrief van zijn overlijden moesten hebben en wie dien niet móchten ontvangen; - wie er in de auto-koetsen achter hem mee zouden rijden naar Westerveld, en wie hij met mee wilde hebben op zijn laatsten tocht. De oude makker, die hem aangeboden had tot zijn uitgeleide 't orgel te bespelen, moest daar woord in houden - en zoo is 't ook alles eerbiedig en genegen naar zijn beschikking uitgevoerd. - Een vhegtuig, zwevende door den blauwen lentehemel, is van Rotterdam uit naar 't crematorium, dartel in kringen zwierende, den zwarten stoet van den ouweheer Dorus blijven volgen...

222

EINDE