is toegevoegd aan uw favorieten.

De heilige graal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Houdt op uw zwaard, Gawein, sprak de vreemde, zwarte ridder, tegenover mij zijn schild en spere niet van noode, en nutteloos ook. En ook gij, Lancelot, zult tusschen ons beiden geen strijd nog zien.

Gawein zag verbluft, ook Lancelot voelde, alle vreemde avonturen ondanks, eene verwondering.

— Hoe weet gij? vraagde Gawein.

— Gij zijt beiden van Artur's Tafelronde toch?

— En hoe durft gij zoo vermetel!..,. stiet Gawein uit, zich herinnerende weêr des vreemden ridders woorden, en niet duldende, dat men hem zegde hoe hij zijne wapenen te gebruiken had, geërgerd ook nu de onbekende zoo gemeenzaam noemde des koning's naam.

— Waarom zoü ik niet durven, Gawein, der avonturen Vader? Al voel ik eene bewondering vooru en weet u groot en schier onverwinbaar, mij zoudt gij toch niet verslaan voor den tijd, dat ik zelve tot u kom, zeker van mijne overwinning.

— Onbeschaamde! riep Gawein en wilde reeds toestooten zijn lans, doch de vreemde ridder hief zijne hand, en Gawein's arm zonk machteloos neêr.

Eerst nu zagen Gawein en Lancelot, beide tegehjk, dat de vreemde, zwarte ridder zonder schaduw was.

— Betoom uwe driften, Gawein.... Wanneer gij meer u hadt beheerscht, waart gij dichter uw doel 96

96