is toegevoegd aan uw favorieten.

In de verstrooiing

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IX

IN den trein zonk het volle besef van wat ze deed en wat ze had opgegeven in Matilde neer. Ze reisde derde klasse, méér kon er waarlijk niet op overschieten. Onderweg, haar geboorteplaats passeerend, sprak ze ma. Telegrafisch had ze haar gevraagd, 's ochtends kwart over zeven aan den trein te komen.

Het lieve mensch had ze er vroeg het bed om uitgejaagd. Matilde wist vooruit, dat ze er zijn zou. Ma's trouw, zorg en belangstelling waren onbeperkt. Geen inniger genot kon ze haar aandoen dan op die manier, beslissend, over haar beschikken. Nu hadden mede nieuwsgierigheid en een angstig voorgevoel haar naar het station gedreven. De opgegeven trein had zijn bestemming in de stad, waar volgens een brief, onlangs van Matilde gekregen, Frits Staab tot gezantschapsattaché was benoemd.

Het duurde eenigen tijd, voor ze elkaar vonden op het woelige perron, waar de jachtige menschen als kippen-zonder-kop door elkaar krioelden. De trein was lang en ma's oogen minderden. Het officieel tóch al korte oponthoud kromp nog, doordat de trein vertraging had. Dit maakte, dat zij nauwelijks eenige woorden konden wisselen. Matilde verzekerde snel en met iets opzettelijks in de vroolijkheid, wat ma niet ontging, dat er niets was, dat ma zich heelemaal niet ongerust behoefde te maken, dat ze alleen niet weer had willen heengaan zonder haar nog eens gezien en een afscheidskus gegeven te hebben, dat ze gauw zou schrijven, ze weliswaar nog geen baantje had, maar dit terecht zou komen en dat ma vooral niet moest denken, dat er wat achter zat.

167