is toegevoegd aan uw favorieten.

In de verstrooiing

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de dorst niet. Voor het eerst zag Til, dat haar armen volstrekt niet minder waren dan die hier ontbloot plachten te zijn. Ze streek erover en streelde ze langs de wang. Ze stond al naast het ledikant en kleedde zich en wiesch zich in die loome maat van wie 't leven geniet en door niets dringends weggeroepen wordt.

Ze was besloten, zich voortaan wat het toilet betrof verfijnder te verzorgen en nog dienzelfden dag kocht ze kostelijke zeep en poeder, dit en dat, lippe-pomade en ook ondergoed, en vooral kousen als teertintige spinne webben, waarop ze het meest haar zinnen had gezet. Het voorschot, door Wanda verstrekt, maakte dit mogelijk.

In deze sereniteit dacht ze ook anders aan Frits. Door die innerlijke bezonkenheid heen zag ze hem en hij, tot nu toe spil, bleek een, niet de figuur van haar bestaan. Want nu, in dit licht, kwam de heugenis aan Max van zelf naar boven, alsof een gevoelige plaat, waarin beide broers een indruk hadden nagelaten, beurtelings het beeld van den een en van den ander toonde naar gelang van het chemisch bad, waarin ze werd gedompeld.

Ze verlangde nu naar Max, maar anders dan ze naar Frits had verlangd. En deze onwillekeurige tegenstelling, die eer een naast-elkanderstelling was, bracht haar tot het besef, dat ze nooit naar Frits had verlangd, niet het minst uit vrees voor zich zelf, al sloot haar hef de volstrekt niet de behoefte uit van bij hem te zijn.

En toen ze op een ochtend opeens tegenover Frits stond was ze blij verrast, vooral, toen ze al na het eerste woord en wederwoord als zekerheid ervoer, wat tot dan nog maar vermoeden was geweest: dat ze anders stond tegenover

13—675

193