is toegevoegd aan uw favorieten.

Indonesische en Indische democratie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

123

§ 9. INVLOED VAN DE BEVOLKING DOOR MIDDEL VAN JONGE MANNEN- EN VROUWENGROEPEN IN HET DORP.

JAVA *).

Groepeering of vereeniging van jonge mannen en meisjes in het dorp is voor verschillende streken van Java geconstateerd. Zij vormen dan ieder een aparte groep dienstplichtigen onder een eigen hoofd. Men moet er blijkbaar geen vrijwillige groepeering in zien, maar een door de adat opgelegd instituut; dus geen vrije, doch verplichte of gebonden samenwerking *).

Het verband met Indonesische democratie zit hierin, dat inzake de regeling van eigen aangelegenheden de hoogste macht berust bij de gezamenlijke leden der groep, onder leiding van een door hen en uit hun midden gekozen hoofd.

De jonge mannen worden kanoman of sinoman *) genoemd; in Bantam: landjang4); in Zuid Soerabaja: sinoman1); in Zuid Preanger: djadjakah6); zij moeten meehelpen bij feesten en lichte diensten verrichten, soms ten behoeve der hoofden, als het uittrekken der zaailingen en het overbrengen er van naar de velden7). Hun hoofd, door hen gekozen, heet in Bantem: djaro landjang *), tot wien men zich had te wenden voor de prestatie dier diensten; in Zuid Preanger loerah djadjakah6); in Soerabaja kapala of loerah sinoman0). Dit sinomanschap vormde tevens een stage voor het kerndorperschap; was men onwillig in de prestatie van sinomandiensten, dan kon men veelal geen gogol worden").

De jonge meisjes als groep worden in Tjerebon") kanoman genoemd, onder een loerah sinoman of kanoman; in Zuid Preanger") landjang onder een loerah landjang; in Soerabaja volgens mededeeling bbdo onder een loerah biodo. Ook zij dienen te helpen bij feesten in de keuken en bij het padi stampen; voor Midden- en Oost-Java *) hadden de meisjes ook dien-

*) Duurvoort 1916, blz. 76 e.v.; Proeve in Indische Gids 1891, II; Poensen

in Mededeelingen Zendelinggenootschap 38, 1894, blz. 32. a) Adatrb. 19, 1921, blz. 265. *) E.R. UI, 1896, blz. 87 en 206.

*) Eindrésumé Fokkens I, 1903, blz. 19, overgenomen in Adatrb. 4, 1911, blz. 513.

B) Eindrésumé Fokkens II, 1903, blz. 116; overgenomen in Adatrb. 4,

1911, blz. 576. ") Schrieke in T.B.G. 59: 1919, blz. 151.

7) Eindrésumé Fokkens II, 1903, le stuk, blz. 115.

8) Eindrésumé Fokkens I, 1903, blz. 49, overgenomen in Adatrb. 4, 1911, blz. 520.