is toegevoegd aan uw favorieten.

Indonesische en Indische democratie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

204

staande uit den zendeling als voorzitter, met den Inlandschen voorganger en een of meer ouderlingen en diakens en soms den onderwijzer als leden. Soms zijn de Inlandsche hoofden ambtshalve lid. Die kerkeraadsleden nu worden meestal gekozen door de mannelijke gemeenteleden of de hoofden van gezinnen.

Betreffende de organisatie van twee groepen zendingsgemeenten zijn we als gevolg van de openbaarmaking der reglementen goed ingelicht', bij de eerste groep blijkt niets van een bijzondere macht van den Zendeling-voorzitter van den kerkeraad; bij de tweede groep heeft de zendeling een van den kerkeraad onafhankelijke macht.

De eerste groep wordt gevormd door die Christengemeenten, die rechtspersoonlijkheid hebben aangevraagd en verkregen en daarvoor het karakter hebben aangenomen van Europeesche vereeniging, in den waan verkeerende, dat zij als Inlandsche vereeniging géén rechtspersoon zouden zijn *).

De statuten der Inlandsche Christengemeente te Tjiderés2), onder den naam van „Evangelische Soendaneesche Gemeente te Madjalengka" vermelden de aanwezigheid van een bestuur, bestaande uit den zendeling-voorzitter en eenige leden, gekozen door alle lidmaten uit de manlijke lidmaten. Vrouwen hebben dus slechts het actieve kiesrecht.

De geestelijke belangen worden behartigd door de vergadering van alle leden, die minstens één jaar vol lid zijn geweest; de stoffelijke belangen door de vergadering der hoofden van huisgezinnen.

Gestemd wordt bij meerderheid van stemmen*).

De tweede groep wordt gevormd door de zendingsgemeente van Madjawarno en omgeving, waarvoor de organisatie en een stuk burgerlijk recht op schrift zijn gesteld *).

x) Verhoeve in Mededeelingen Nederlandsch Zendelinggenootschap 65, 1921; Duurvoort, 1916, blz. 85 e.v.

Toen het bleek, dat voor de rechtspersoonlijkheid eener Inl. Christengemeente 4e erkenning op den voet van bet K.B. van 1870 niet noodig was en dat deze gemeente als Europeesche vereeniging uitgesloten was van de verkrijging van Inlandsche grondrechten, werd deze vereeniging in 1919 ontbonden.

2) St. 1900, no. 207 en 1915, no. 634. J. C. 1900, no. 62 en 1915 no. 93.

*) Zie voor de statuten der „Protestantsche evangelische Inlandsche gemeenten tot uitbreiding van Gods koninkrijk" te Kampong Sawah en te Krangan Moeda: St 1905 No. 437 en St. 1908 No. 525 en J. C. 1905 No. 67 en 1908 No. 73.

*) Welvaartsonderzoek IXd, 1911.