is toegevoegd aan uw favorieten.

De ontwikkeling der verbruikscoöperatie in Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK Iï.

De oprichting van Eigen Hulp en de verdere ontwikkeling der Neutrale Verbruikscoöperatie.

§ i. De oprichting van E. H.

Tot omstreeks 1876 had, zooals uit het vorig hoofdstuk moge blijken, de Nederlandsche coöperatie nog steeds in de kinderschoenen gestaan. Menige c. v. was door het ontbreken van een vaste lijn in de leiding ten onder gegaan, wat door het gering aantal bestaande vereenigingen aan de coöperatieve beweging, waarin een onderlinge band ontbrak, des te heviger schokken gaf.

Was het tot 1876 uitsluitend de arbeidersklasse geweest, die de voordeden der coöperatie had pogen te genieten, in dat jaar begon zich ook een andere klasse op de verbruikscoöperatie toe te leggen1), aanvankelijk met zeer veel succes, nadat reeds sinds 1874 in de pers de Engelsche ambtenaarscoöperaties een onderwerp van bespreking hadden uitgemaakt en de voordeelen daarvan waren aangeprezen *).

De Rijksontvanger J. Kuijper te 's Gravenhage vond in de zeventiger jaren zijn aandacht getrokken door de in Oostenrijk bestaande Beamtenverein, die ten doel had om zoowel op moreel als materieel gebied diensten te bewijzen aan die uitgebreide klasse der maatschappij, die van een beperkt, vast salaris moest rondkomen *). Kuijper maakte een reis naar Weenen teneinde de organisatie aldaar van nabij te bestudeeren. De toestand in Nederland schetste hij aldus 4):

*) Nederland in den aanvang der twintigste eeuw. 1910, G. J. D. C. Goedhart: Coöperatie, bl. 948.

Mr. J. H. Boudewijnse. Gedenkboek ter gelegenheid van het 25 jarig bestaan der c. w. v. van het district 's-Gravenhage van E. H. 1903.

*) De Economist 1874, bl. 859.

s) Dr. H. Crüger. Die Erwerbs- und Wirtschaftsgenossenschaften in den einzelnen Landern. 1892, bl. 260. <) Jaarb. N. C. B. 1891, bl. XII.