is toegevoegd aan uw favorieten.

De ontwikkeling der verbruikscoöperatie in Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-76-

zamerhand had het arbeiderselement zich dan evenwel wederom teruggetrokken, terwijl de gedunde gelederen zich meer en meer uit de burgerklasse, vooral uit de ambtenaarswereld, aanvulden. De vereenigingen, die uitsluitend door arbeiders, zonder-%teun van buiten werden opgericht, waren meestentijds door inwendige twisten en onderlingen naijver of door gebrekkige administratie en contróle teniet gegaan. En tenslotte had de zoo onontbeerlijke medewerking der vrouwen ontbroken. De spreker wees er op, dat Eigen Hulp geslaagd was, doch de arbeidersklasse was daaraan vreemd gebleven. Hij was ervan overtuigd, dat „na het zoeken en tasten van de 19e eeuw de 20e eeuw zou kunnen getuigen van de uitbreiding der coöperatie in al de grootheid har er beginselen en al de weldaden harer toepassing."

Voor het uitgebreide programma van werkzaamheden, dat het congres zich gesteld had en dat vier vraagpunten, drie algemeene en één speciaal onderwerp, benevens mededeelingen over de coöperatieve beweging in de verschillende landen omvatte, hadden vooraanstaande coöperatoren van verschillende nationaliteiten op zich genomen een inleiding te geven. Van Nederlandsche zijde leverden Mansholt, Bielemans, Michiels van Kessenich, Boudewijnse, Goedhart, Tjeenk Willink, Elias en Slotemaker een verhandeling over een of meer der te behandelen kwesties1).

De invloed van het congres te Delft liet zich weldra bemerken door een opleving onder de arbeiderscoöperaties. De N. C.B. moedigde de beweging aan met brochures en pamfletten, terwijl Prof. Treub en Mr. Slotemaker voor de propaganda met het woord zorgden2). Het Centraal Bureau voor Sociale Adviezen te Amsterdam, opgericht op initiatief van Mr. Eringaardt in 1898 en waarvan Prof. Treub een der leiders was, stelde 4 commissies van deskundigen in: voor arbeidersvereenigingen, voor bedrijf en statuten van verschillende ondernemingen, voor coöperatie en voor steunfondsen. In 1900 werd daaraan een vijfde toegevoegd voor arbeiderswoningen. De arbeiders, die geen adviezen van den N.C.B. wenschten, wendden zich tot dit bureau. In 1923 werd het wegens gebrek aan middelen opgeheven, daar het Rijk geen subsidie meer

-) 3e Congrès de 1'Alliance Intern. Delft 1897, Rapports, benevens: Idem. Compte rendu avec suppléments des rapports. a) Jaarverslagen N. C. B. 1895/96,1897/98 en 1898/99.