is toegevoegd aan uw favorieten.

De leer der zielsvermogens

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERMOGENSLEER EN VERMOGENSZIELKUNDE

143

de noodzakelijkheid van dien toestand inzien, waarbij niet is te vergeten, dat hierbij nóch de noodzakelijkheid der bestaande elementen en hunner werkingswijzen nóch de noodzakelijkheid van den aanvangstoestand is ingezien. De werking van het geheel is hier een functie (afhankelijke grootheid) van de werkingen der deelen, ofschoon hierbij meest wordt over 't hoofd gezien, dat in de ruimtelijke betrekking tusschen de deelen reeds een synthese is vervat, die uit geen opzichzelf gestelde eenheden is te verklaren. Maar in elk geval, welke theoretische moeilijkheden deze verklaring nog inhoudt — voor de praktijk des verklarens is ze, indien toepasbaar, zeer geschikt

Het valt niet te verwonderen, dat men getracht heeft, deze methode ook op zielkundig gebied toe te passen, en evenmin dat deze pogingen zijn mislukt. Hier toch zijn nóch de onveranderlijke elementen, nóch de vaste gedragswetten. Hier is niet alleen het geheel afhankelijk van de deelen, maar ook de deelen krijgen hun eigenaardigheid door het geheel. Ja reeds het spreken van deelen moet met voorzichtigheid geschieden. Een spreekwijze is noodig, maar de deelen zijn hier geen vaststaande, isoleerbare objecten. Zoo zijn dus de pogingen van HERBART tot een mechaniek der voorstellingen mislukt, zoo de beschouwingen der associatie-psychologie, zoo die der mind-stuff-theorie. De „elementen" van het zieleleven zijn niet eenvormig, maar veelsoortig en gaan niet in de voorstellingselementen op. Voor zoover van hun samenwerking kan gesproken worden is deze niet éénduidig en vast bepaald, maar hangt van den geheelen oogenblikstoestand af. Wat uit de elementen ontstaat is nooit een som, maar vertoont altijd een nieuw karakter. En tenslotte is het zoo ingewikkelde bewustzijnsleven nog slechts één zijde der ziel en gaat daarin haar geheele werkzaamheid niet op.

Het zou voorbarig zijn hieruit de conclusie te trekken, dat er in 't geheel niet van zielkundige verklaring sprake zou kunnen zijn, en dat men zich tot een zuivere beschrijving zou moeten beperken. Deze is zeker allereerst noodig en is nog aan groote moeilijkheden onderhevig. Verder is van groote waarde het meelevend en nabelevend indenken der psychische gebeurtenissen. Hierop steunt de psychologie der begrijpelijke relaties1)

Inderdaad is zelfs het beschrijven en verstaan van het beschrevene niet zonder zulk een na-beleven mogelijk. Toch kan hierbij de

') Vgl. Dr. L. Bouman. De begrijpelijke relaties in de Psychologie. 1918.