is toegevoegd aan uw favorieten.

Overzicht van de internationaalrechtelijke betrekkingen van Nederlandsch-Indië (1850-1922)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

113

POLITIE.

Gevallen No. 288, 289 en 290.

Door tusschenkomst van onzen Consul-Generaal te Singapore werd van den Maharadja van Djohore de uitlevering verkregen van een van poging tot moord beschuldigden Chinees. Wederkeerig stelden wh' ter beschikking van de justitie te Singapore twee gedeserteerde politieoppassers en vier van Manila afkomstige gedeserteerde Spaansche schepelingen.

Men merke op, dat ook deze uitlevering nog buiten tractaat geschied is en nationale regeling nog ontbrak. Voorts lette men op de tusschenkomst van onzen Consul-Generaal bh' een Engelschen vazalstaat, waar in Europa uitlevering steeds langs den diplomatieken weg moet worden behandeld. Dit alles steunt nog op eene comitas gentium die ter verwezenlijking harer internationale rechtshulp naar den meest practischen weg zoekt. Kol. Versl. 1883, bl. 56.

GEVAL No. 289.

1882. In Juli van dit jaar was in het binnenland van NoordBorneo een moord gepleegd op een „exploring officer" van de Britsche Noord-Borneo Maatschappij. Ook onze autoriteiten namen deel aan het opsporingsonderzoek, dat de overtuiging vestigde dat het feit buiten het Nederlandsch gebied was gepleegd. Eenige schrifturen van den vermoorde kwamen onzen ambtenaren in handen en werden door de Indische Regeering ter beschikking gesteld van den Britschen Consul te Batavia die voor de doorzending aan de belanghebbenden zorgde. Hiervoor werd door den te Sandakan gevestigden vertegenwoordiger der Br. N.-Borneo Cy in een schrijven aan den Algemeenen Secretaris van het Gouvernement van Ned. Indië dank betuigd.

Opmerkelijk is, hoe de opzending der gevonden zaken niet rechtstreeks door de Ind. Regeering aan de betrokken Britsche autoriteit, doch door tusschenkomst van den Consul plaats vond. Kol. Versl. 1883, bl. 16.

GEVAL No. 290. 1882 t/m. 1922. Politie op de Serawaksche grens.

Het feit dat de grens tusschen de Nederlandsche en Engelsche gebiedsdeelen op Noordwest-Borneo aan weerszijden bewoond werd door inlandsche volksstammen wier gewoonten sterke afwijking vertoonden van Westersche opvattingen van orde en rust, heeft de wederzjjdsche autoriteiten gedurende het geheele bovenaangegeven tijdvak met elkander in vriendschappelijke aanraking gebracht (vgl. Bestuur Geval No,. 115).

Uit de vele gerapporteerde gevallen van politiezaken op de genoemde grens blijkt, dat deze hoofdzakelijk betreffen z.g. snelzaken,