is toegevoegd aan uw favorieten.

Het proces van den apostel Paulus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

91

begin van den keizertijd de woorden „appellatio" en „provocatio ■ promiscue worden gebruikt.

ClCERO en LIVIUS houden beide woorden in hun oorspronkelijke beteekenis nog nauwkeurig uit elkander. Reeds bij Plinius Maior zijn sporen van verandering aan te wijzen. Hij bezigt de uitdrukking: „appellatio ad populum." x) Bij Tacitus 2) is echter van een nauwkeurige afbakening mets meer te bespeuren. En eindelijk worden bij de klassieke juristen ) de woorden beide gebruikt, om daarmede de appellatio aan te duiden.

Het is te begrijpen, dat dit feit aanleiding heeft gegeven om een poging te doen het nieuwe instituut, de appellatio uit den klassieken tijd, te verklaren óf uit de appellatio om intercessio óf uit de provocatio ad populum óf uit beide. Zonder te willen ontkennen, dat er bij vergelijking punten van overeenkomst met beide rechtsinstellingen der republiek zijn aan te wijzen, kan toch niet beweerd worden, dat de appellatio daaruit als het ware gegroeid is. Daarvoor is zij in haar wezen te veel iets nieuws, iets oorspronkelijks. Het komt mij voor, dat het langzamerhand afslijten van de oorspronkelijke begrippen appellatio en provocatio veeleer moet verklaard worden uit iets feitelijks dan iets juridisch. Feitelijk werd met de appellatio om intercessio en de provocatio ad populum hetzelfde bereikt, als met de klassieke appellatio. Juist

x) Plinius Major, Naturalü Historia, V, 22, 90.

2) Tacitus, ann. XIV, 28: „a privatis judicibus ad senatum provocare , daarnaast „ad imperatorem appellare"; ann. VI, 5, „ad imperator em provocavit".

*) Ulpianus, lib. 6, ad edictum. D. 3, 2, 6, 1.

lib. 1, de appellationibus, D. 49, 1, 1,3. PapINIANUS, Kb. 29, quaestionum, D. 35, 2, 11, 3. Modestinus, lib. 17, responsorum, D. 48, 2, 18.