is toegevoegd aan uw favorieten.

Het adatrecht van Bali

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

200

Hieraan voegt Raffles nog toe: „the measure of land is expressed by the quantity of seed required to sow it, and said to be so many tana's" 1). Bij Van Bloemen Waanders en in de Kertasima heerscht eenigszins verwarring, in zooverre, dat eerstbedoelde schrijver de padjeg eene waterbelasting, de soewinih eene grondbelasting heet2), de Kertasima noemt evenals de voorgaande schrijver, de tenah winih een watermaat, spreekt van soewinih of tigasana 8) en verklaart: „waterhuur stelt de eigenlijke landrente daar". Dat deze beide bronnen het water vermelden als grondslag van de voornaamste belasting, is te verklaren uit eene passage bij Crawfurd, luidende: „The claim of the sovereigns of Bali to a share of the produce of the land is very peculiarly modified. No numerical proportion is stated, and every thing hinges upon what is most important and indispensable to the peculiar husbandry of the country, the water of irrigation. The land itself is lost sight of, and we do not hear of the sovereign's claim to the land, but to the water"*). Deze meening is ook bij Medhurst te vinden: „de reden waarom alleen van de rijstvelden landrente wordt betaald, is daaraan toe te schrijven, dat alleen die velden water behoeven, terwijl het water beschouwd wordt een eigendom van de kroon te zijn" 5).

Volgens Liefrinck was de padjeg een vastgesteld aandeel van de eens voor altijd geschatte bruto opbrengst van den eersten padioogst, berekend per productieeenheid sawahgrond, welke eenheid de tenah winih was8). Deze eenheid zou volgens den schrijver zijn: „een uitgestrektheid sawah, die bij goeden oogst 50 bossen padi van een bepaalde afmeting oplevert." Het woord beteekende oorspronkelijk: „bos zaadpadi", doch „tegenwoordig is de tenah winih zuiver een productieeenheid bij het aanslaan der belasting, waarbij in het geheel geen rekening gehouden wordt met de hoeveelheid gebruikte zaadpadi7). Terloops zij opgemerkt, dat deze mededeeling geheel in strijd is met de gegevens die bij Sosrowidjojo aangaande de padjeg te vinden zijn. Zoowel voor Djambrana als voor Boelèlèng, weet hij mede te deelen, dat de padjeg er het vijfvoudige bedraagt van de zaadpadi (ingkang saoepami tijang sasabin winijan satoe set = oetawi sapotjong

*) Raffles App. blz. CXLI.

■) v. B. Waanders blz. 174 en 175.

•) Kertasima blz. 216—217 en 220.

•) Crawfurd, HL blz. 49.

') Medhurst blz. 198.

•) v. B. Waanders blz. 177 en Liefrinck rijstcultuur, 1887, blz. 375.

T) Liefrinck rijstcultuur, 1887, blz. 376-378. Echter heet het in Soebak-verordeningen blz. 849; „De Baliërs meten hunne sawahs af naar de hoeveelheid bibit (winih), welke voor de beplanting noodig is", Sosrowidjojo blz. 5 en 68.