is toegevoegd aan uw favorieten.

Het adatrecht van Bali

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

340

adoptieregeling van dochters alleen voor de kasteloozen (kaoela djaba1), gold werd eerst de dochter aangenomen en na haar huwelijk werd de schoonzoon evenzeer sentana geheeten, doch zijne positie was gelijk aan die van den na te noemen selidihi.

Ten slotte kwam het voor, dat ingeval een kinderloos man uit de leden der poeroesagroep, geen man doch wel eene vrouw kon krijgen, met laatstgenoemde genoegen werd genomen. Deze aangenomen dochter gold dan geheel als eene eigen eenige dochter, die tot sentana werd verklaard2). Het aannemen van zulke vrouwelijke sentana's, niet dochters, wordt gemeld uit Bangli, Kloengkoeng, Gijanjar, Tabanan en (vroeger) Djambrana. Bij schaking van de aangenomen dochter had in Tabanan de schoonzoon de verplichting in te gaan wonen bij de schoonouders, in Djambrana blijkbaar niet3). In Gijanjar schijnt de schoonzoon zelf nog als zoon te worden geprast en gesijard (d. i. gewettigd en bekendgemaakt)4), terwijl in Kloengkoeng de dochter een njeboerin-huwelijk sloot, waardoor haar man mede sentana werd5).

Uit het vorenstaande kan reeds blijken, dat adoptie in de Balische samenleving een zaak van beteekenis is. Voor de betrokken familie beteekent deze handeling, dat een nieuw lid zijn intrede doet in de rij van hen, die de godsdienstige plichten der familie (in den uitgebreiden zin) moeten nakomen, terwijl dat nieuwe hd die plichten overneemt, voorzoover die uitgeoefend werden in een huistempel van den familietak, die door zoonloosheid dreigde uit te sterven. Voor de dorpsgemeenschap is de kindsaanneming van belang, doordat er een nieuw lid of adspirant lid bijkomt. Liefrinck verklaart reeds dat de adoptie, waarvoor vijf dagen vrijstelling van dorpsdienst genoten wordt, „geschiedt bij schriftelijke akte en voorts nog in de désa met vele formaliteiten en offeranden (meras) gepaard gaat"8). Voor adoptie moeten de familieleden uit de poeroesagroep, voorzoover zij nog komen bidden in den sanggah van adoptivus, tot overeenstemming zijn gekomen, hetgeen bezwaarlijker lijkt dan het in werkelijkheid blijkt te zijn, want die eenstemmigheid wordt bijna steeds bereikt. Daarna laat men door het désahoofd den prebekel vragen, den vorst of den goesti (anak agoeng of heer) om toestemming te verzoeken en is die verkregen dan wordt daarvan een gezegelde acte opgemaakt door den paleisschrijver — ook wel door den penjarikan gdé —7), waarvoor een klein bedrag verschuldigd is, terwijl ook prebekel (en désahoofd soms eveneens) voor zijne moeite

*) Soebak-verordeningen blz. 42.

») Adoptie blz. 315.

•) Landsverordeningen Bali blz. 205, Adatrb., XXIIL blz. 334.

•) Adatrb., XXHI, blz. 322.

■) Adatrb., XXIII, blz. 353.

•) Liefrinck Bali blz. 300.

T) de Kat adoptie blz. 229.