is toegevoegd aan uw favorieten.

Het adatrecht van Bali

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

458

ambt in profijtrecht zijn afgestaan aan den waardigheidsbekleeder.

De gegevens betreffende deze gronden zijn voor Bali nog zeer onvoldoende; dan werd er weer allerlei als ambtsveld beschouwd, wat geen ambtsveld was1), een anderen keer zouden er weer geen ambtsvelden geweest zijn, waar het vroeger bestaan evenwel zeer duidelijk zou zijn aan te toonen*). Toch is de vraag, welke gronden van ouds als ambtsvelden zijn aan te merken, van beteekenis voor het bestuur; niet alleen vormen die gronden eene belooning voor de werkzaamheden, welke verschillende ambtenaren en hoofden o.a. voor het Gouvernement hebben te verrichten, doch op allerlei wijzen heeft het Europeesch bestuur met die gronden te maken gehad, ze zelfs voor een deel toegekend uit vroegere domeingronden van de gesneuvelde vorsten, ze vrijgesteld van landelijke belastingen, enz.

De ambtsvelden kan men indeelen in drie categorieën: le de ambtsvelden, boekti, petjatoe of laba, die door volksgemeenschappen toegekend zijn uit hare gronden in inlandsch bezitrecht*); 2e. de ambtsvelden boekti of laba sakèng dalem), toegekend uit het inlandsch bezit der vorsten „droewé dalem"; 3e. de ambtsvelden, toegekend door het Nederlandsch-Indisch gouvernement uit de veroverde droewé der voormalige vorsten.

De eerste groep ambtsvelden is zeer klein; in Boelèlèng4) en Mengwi ontmoetten we hier en daar een „petjatoe klijang" of „laba klijang désa", in Bangli „boekti's" van hoofden der besproeiingsgemeenschappen. Alleen voor Karangasem weet Schwartz mee te deelen, dat ambtssawahs voor de volkshoofden de voornaamste bron van inkomsten vormden5). De bepaling uit eenige Boelèlèngsche dorpsreglementen, dat het désagrondenaandeel der désabestuurders dubbel zoo groot zou moeten zijn als dat der andere leden, schijnt slechts bij uitzondering te zijn nagekomen").

Adatrb. XXIH noemt nog onder ambtsvelden de aandeelen, die in désa Sembiran aan de pemangkoe's boven hun gewoon aandeel in de tanah pedésaan worden toegekendT).

Sawahs, veel op ambtsvelden gelijkende, waren de „sawah kraman" in Badoeng. Dit waren verkoopbare sawahs in handen van personen, die hielpen bij de tempelofferanden ter gelegenheid van landbouwfeesten. Aangezien voor die offerfeesten, gelijk bleek, de sewinih verbruikt werd, moesten die helpers tevens dienst doen

') de Kat ambtsvelden blz. 242, Adatrb, XXIII, blz. 427.

') Damsté bestuursproblemen blz. 129, Haga Karangasem-raad

blz. 297.

») Adatrb, XV, blz. 374.

*) Pandecten adatrecht, TVA, plaats 1539 en 1541.

') Schwartz Karangasem blz. 118.

') Liefrinck Bali blz. 371.

T) T.a.p. blz. 383.