is toegevoegd aan uw favorieten.

Het adatrecht van Bali

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

520

van de voorschriften, deze toch overschrijdt (het zijn b.v. van soebakhoofd petjalang) 1).

De Gijanjarsche vorstenverordeningen bepalen, dat bij aanwezigheid van verzachtende omstandigheden de veel voorkomende boete van 10000 duiten, op de overtreding der verordening gesteld, voor vermindering vatbaar is ).

Andere omstandigheden kunnen aan een misdraging ook de strafbaarheid ontnemen; zoo het wegnemen van veldvruchten tot een gering bedraga) of door een moe en hongerig persoon; het nemen van een weinig padibibit door een soebakgenoot, het beschadigen van een pagar teneinde daar zware voorwerpen doorheen te voeren, mits de schade hersteld wordt *), het wegnemen van kuikens op den dag eener lijkverbranding, voorzoover de diertjes zich buiten de woonerven bevinden6), terwijl het recht iemand aan te klagen wegens diefstal van iets dat minder dan 200 duiten waard is, reeds na één dag vervalt, dus ook als niet ernstig beschouwd wordt").

Poging wordt niet afzonderlijk onderscheiden, waarvan het gevolg is dat of mislukte poging waarbij de misdadige gezindheid voldoende is gebleken zelf reeds strafbaar is, of de mislukte poging ongestraft blijft. Een paar gevallen, waarin het vermoeden dat een misdaad gepleegd zou worden of zou zijn dan wel een voorbereidende handeling, een zelfstandig delict vormt, werden vroeger reeds vermeld (nachtelijk vervoer van padi, van vee; met draagstokken en touw zich ophouden bij een anders padi, welke later gestolen blijkt, boven blz. 516). Eene onderscheiding als gemaakt in eene residentspeswara van 1903 in schaking, die werd aangevangen doch niet ten einde werd gebracht, schaking, die half voltooid werd en voltooide schaking lijkt ons niet erg Balisch gedacht7).

Deelneming en begunstiging vatten de Baliërs samen onder den aan rechtsboeken ontleenden term „sakaraita". De straffen voor deelnemers en begunstigers zijn nu weer gelijk, dan weer minder dan van de daders8).

Delicten gepleegd jegens lieden van kaste en tegen ambtenaren (poenggawa, kantja enz.) werden zwaarder gestraft dan wanneer ze jegens gelijkgeboortige personen werden begaan9). Misdra-

*) Soebak-verordeningen blz. 246, 277, Adatrb., XV, blz. 87.

*) Soebak-verordeningen blz. 111.

*) Kertasima blz. 208, Soebak-verordeningen blz. 253 en 303.

*) Kertasima blz. 249.

•) v. Eek Bali, 1879, blz. 118.

*) Landsverordeningen Bali blz. 261.

T) de Kat huwelijksrecht blz. 223.

8) Soebak-verordeningen blz. 195 en 211.

*) Liefrinck Bali blz. 238 en 345, Landsverordeningen Bali blz. 80—1.