is toegevoegd aan uw favorieten.

Eenige opmerkingen over het christendom en het Romeinsche recht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3

Haec ordinanda esse credidimus ut daremus et Ohristianis et omnibus liberam potestatem sequendi

religionem quam quisque voluisset 1).

Van nu af is er plaats voor een directen invloed van het Christendom op heel de samenleving, ook op het recht.

Allereerst doet die invloed zich gelden in een zeer algemeene richting: de practische rechtsopvatting zelve.

In de oude republiek had als rechtsbron naast het ius civile gegolden de aequitas, het jus aequum. Deze aequitas vertegenwoordigde het recht in idealen toestand. Telkenmale als het ius civile den praetor in den steek liet, of 'hem niet billijk voorkwam, bracht hjj het jus aequum in toepassing. De regels, die hieruit voortvloeiden, namen de praetoren voor een deel van elkaar over, terwijl ook nieuwe er aan werden toegevoegd, totdat zij ten slotte in het edictum Salvianum onder de regeering van Hadbianus werden vastgelegd. De scherpe tegenstelling viel toen weg tusschen het ius civile en het recht, dat de praetoren hadden gebracht. De aequitas gaat nu een nieuwe bet eekenis krijgen.

De komst van het Christendom bracht een algeheelen Ommekeer in de maatschappij.

De beginselen van gelijkheid en naastenliefde waren de oudheid, zooal niet geheel vreemd, toch velen onbekend. Het Christendom tracht ze bij allen ingang te doen vinden, zoodat een verandering in levensopvatting het gevolg moet zijn. Dienovereenkomstig is het recht essentiëel verschillend van de eerste drie eeuwen van het keizerrijk. Die invloed is een geheel ander dan die, welke is uitgegaan van sommige provincies of van sommige beschavingen. Hjj raakt de kern van het leven, de levensopvatting zelve.

i) Laotantius, de mortibus persecutorum, e. 48.