is toegevoegd aan uw favorieten.

De pijnbank in de Nederlanden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

41

bank, het feit bekent, moet hij terstond van de pijn verlost worden. Indien hij in de pijn uit zich zelf meer gezegd heeft dan hem gevraagd is en delicten bekent, waarvan tegen hem geen aanwijzingen bestonden, dan zal de rechter zulks niet gelooven, maar zal hij onderzoeken, wat er van waar is. Want „dickuils bevonden es datte de patiënten, uuijt desperatien ende uuijt pijnen liever hebbende te sterven dan de pijne te verdragene, gekent hebben 't gunt dat zij noeijt gedaen en hebben".

Indien de patiënt in de pijn iemand noemt als dader van eene misdaad, geeft die opgave slechts een vermoeden, op grond waarvan deze mag worden gearresteerd, maar levert noch grond op voor veroordeeling noch voor toepassing der pijnbank. Is de bekentenis afgelegd, dan doet de rechter den gevangene den volgenden dag zijne bekentenis herhalen „buijten allen banden van ijsere" en doet daarvan eene akte opmaken (caput 38). Blijft de patiënt op de bank ontkennen, dan wordt hij weer naar de gevangenis geleid en daar 10, 20 of 30 dagen gehouden, meer of minder ter beoordeeling van den rechter in afwachting, of inmiddels nieuwe aanwijzingen aan het licht komen. Doet dit geval zich voor, dan wordt hij weer op de bank gelegd en ondervraagd over de nieuwe aanwijzingen „et fortius quam primo"; is het niet het geval, dan wordt hij ontslagen en laat men hem gaan totdat hij weder ontboden wordt, zonder dat hij wordt vrijgesproken: zóó is de practijk, maar „naer recht hij behoort plenelijck geabsolveert te zijne, want hij bij der bank ghepurgeert is van allen inditiën" (cap. 39).

VIII. Wie zijn van de pijnbank vrijgesteld? Alleen degenen, „die de rechten daeraff exemteren, te weetene docteurs, ridders, ende alle andere die in groote digniteijt zijn: officiers van princen, gouverneurs van steden ende dijergelijcke geduerende de tijt van huerlieder officien", kinderen beneden de 14 jaar1) „die men noch slaet met roeden" en versufte lieden „die de memorie cranck hebben". Deze vrijstelling geldt echter niet voor gevallen van majesteitsschennis2), verraad en dergelijke. Zwangere vrouwen zijn vrijgesteld totdat zij verlost zijns).

J) Dit stemt overeen met 1. 10 D. 49, 18 De Quaestionibus: de minore quatuordecim annis quaestio habenda non est.

*) Ook deze bepaling is aan het Romeinsch recht ontleend 1. 10 D. 497l8.

) Dezelfde regels vindt men in De Costumen, Usantien, Pollitien ende Stijl van ^procederen der Stadt Utrecht van keizer Karei V van 1550 (rubriek 37, artt. 1—9). Een verschilpunt ligt echter hierin, dat, terwijl volgens Wielant nieuwe foltering geoorloofd is, wanneer de patiënt op de bank ontkent, hoewel er sterk bewijs tegen hem is, in Utrecht de her-