is toegevoegd aan uw favorieten.

De pijnbank in de Nederlanden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

98

Leeuwen is overgenomen, worde het volgende ontleend, omdat daaruit duidelijk blijkt, hoe zoogenaamde bekentenissen, kennelijk met de waarheid strijdig, door de pijniging werden ontlokt.

Op 16 Mei 1595 verzocht de substituut van den Procureur-Generaal, dat Folkert Dirksz. als verdacht van tooverij gebracht zou worden ter scherper examen ,ter banke geleid of ten minsten aan de pleie" (blijkt hieruit niet, dat het gebruik van de palei een lichtere graad van pijniging was dan het ter bank leggen?), waarna het Hof, den gevangene gehoord hebbende, diens scherper examen gelastte. Dirksz. werd nu aan de palei opgehaald en gegeeseld, maar bleef ontkennen. Nogmaals werd hij opgehaald, maar vruchteloos. Den 15en Juni wierp men hem te water in de oude gracht en bevond, dat hij soms dreef, soms onderging. Opnieuw in de raadkamer gehoord, bleef hij ontkennen, maar den volgenden dag kwam zijne bekentenis los en verklaarde hij, dat hij een jaar tevoren(?) „seer mistroostig zijnde omdat hem een merriepaard afgestorven was... gerukt en geplukt geweest zynde aanbeide sijde sijns lijfs van den quade, vragende, waaromme hy so mistroostig was, seggende, wilt gy deel met my hebben en my stantvastelyk aanhangen, so en sult gy geen gebrek hebben... waarop hy, gevangene, door mistroostigheid seide hem te sullen aanhangen en is den bosen doen van hem terstond verdwenen.

Seide, dat omtrent twee jaren (?) na die tijd... heeft den bosen hem gegeven een swart gelapte wambuys en een snuytdoek.

Seide so wanneer hy gevangen 't voorschreven wambuys aandede, dat hy alsdan gequelt wierde om quat te doen en dat hy hem dan konde veranderen in een katte ofte wolf.

Seide, dat hy in den laatsten avond, Sint Jan in de voorleden somer, omtrent de middernacht met syn kinderen gegaan is na de Haar in 'tland van Truye van Zijl aan hebbende het voorschreven swarte wambuys, midsgaders ook sijn kinderen, zynde in wolven verandert, gebeten hebben in de keele een beest van Jacob Jansz syn neef, naardat sy 'tselve in de sloot tevoren gejaagt hadden en noch een ander beest.

Seide, niet te weten, hoe dat de quade genomt is, dan was kostelijk gekleet met een pluymagie op de hoed en de vederstaf in de hand.

Seide met syne kinderen op de bleyke buyten Amersfoort verandert geweest te zijn in een graauwe katte, nadat den quaden hem eerst syne boxe uytgebrokken en met olye ofte diergelyke gesmeert hadde".

Den len Augustus 1595 werd deze misdadiger verbrand.

Niet minder indrukwekkend is hetgeen men leest omtrent de medebeschuldigde Marye Barten: ,,'t Hof condemneert de gevangen