is toegevoegd aan uw favorieten.

Ontwerp en gewijzigd ontwerp besmettelijke ziektenwet 1924, en de daarbij behoorende stukken, vergeleken met de bestaande wetten van 1872 en 1884 tot regeling van de bestrijding dezer ziekten en van aantekeningen voorzien

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

31

O. en G. O. 24, art. 3

totdat een door den burgemeester onder goedkeuring van den inspecteur aangewezen geneeskundige i of de inspecteur schriftelijk aan den burgemeester verklaard heeft, dat het gevaar voor besmetting geweken is.

2. Indien de lijder in een inrichting wordt verpleegd, worden bij hem, met uitzondering van den behandelenden geneeskundige, het personeel, dat met zjjn verpleging is belast, een geestelijke en een notaris, alleen zij toegelaten, 2a die zich onderwerpen aan de voorschriften, die de directeur van de inrichting * geeft.

3. Totdat de door den burgemeester onder goedkeuring van den inspecteur aangewezen geneeskundige of de inspecteur schriftelijk heeft verklaard, dat het gevaar voor besmetting is geweken, is het den bewoners verboden, de woning, het vaartuig of voertuig te verlaten, tenzij op last van den burgemeester tot het ondergaan van maatregelen van afzondering, reiniging en ontsmetting, en is het ieder ander, met uitzondering van een geneeskundige, verboden daarin binnen te treden, tenzij met toestemming van of van wege den burgemeester. Hen, die in strijd met dit verbod in de woning, het vaartuig of voertuig binnentreden, doet de burgemeester aan dezelfde maatregelen als de bewoners onderwerpen, onverminderd de straf, op de overtreding gesteld s.

4. De burgemeester draagt zorg voor de naleving van het bepaalde in het eerste en het derde lid. Hij kan daartoe, totdat de in het derde lid bedoelde geneeskundige of de inspecteur heeft verklaard, dat het gevaar voor besmetting is geweken, tijdelijk alle of eenige bewoners naar een andere verblijfplaats doen overbrengen, *« de woning sluiten