is toegevoegd aan uw favorieten.

Kerk, cultuur, arbeid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING

17

het werkelijke, dat door de natuurwetenschap dan later in algemeene begrippen zou worden gebracht, is een miskenvan het kritische idealisme, dat het werkelijke eerst in het oordeel laat ontstaan. De natuur als natuurwetenschap bezit waarde, omdat de natuurwetenschappelijke gedachte in laatste instantie een zedelijke daad is, een gehoorzaamheid aan de plicht om zoo en niet anders te denken, een zich buigen onder de normatieve wetmatigheid des oordeelens. Dit is de transcendentale methode van het kritische idealisme, dat zich niet op de dingen, maar op onze kennis der dingen richt. Een theorie, die een' gegeven natuur als het van waarde ontbloote, van de natuurwetenschap afzondert, druischt tegen dit transcendentale gezichtspunt in. Gegeven is de natuur hoogstens als vraag en zelfs deze vraag kan niet afgescheiden worden van het denken, dat haar opwerpt.

Het tweede euvel in de gedachtensfeer van Rickert is een miskenning der beteekenis van het natuurwetenschappelijke begrip. In dit voorstellingskader zoekt de natuurwetenschap het algemeene en heeft zij slechts belangstelling voor het individueele als exemplaar der soort. Tusschen het algemeene begrip en het bijzondere werkelijke gaapt dus een kloof, die de natuurwetenschap niet overbrugt, maar integendeel steeds meer verbreedt.

Hiertegen moet aangevoerd worden, dat het algemeene, waarmee de natuurwetenschap werkt, niet het algemeene abstracte begrip is, dat in de formeele logica zijn plaats vindt, maar dat het begrip hier een andere naam voor wetmatigheid is. Het natuurwetenschappelijke algemeene is geen abstract, onwerkelijk ding, maar het is wetmatigheid en wel de wet van het bijzondere. Zoo is ook de Platonische idee niet, gelijk vroeger werd aangenomen, het scholastische algemeene, waarover Realisme en Nominalisme

2