is toegevoegd aan je favorieten.

Godsdienst en zedelijkheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Heeren Curatoren

Dames en Heeren Docenten en Studenten dezer Universiteit

Heeren Curatoren van de Bijzondere Leerstoelen Heeren Bestuurderen van het Haagsch Genootschap en voorts allen dames en heeren hier tegenwoordig Zeer gewenschte toehoorders

In het midden der achttiende eeuw, in 1769, gaf de bekende aanhanger van het oud*protestantisme in Nederland, Petrus Hofstede, een verweer uit tegen de denkbeelden, die een der Fransche encyclopedisten had verkondigd over gods* dienstige zedelijkheid. Het strijdschrift droeg den duideujken titel: „De Belisarius van den Heer Marmontel beoordeeld en de kwade zeden der vermaardste heidenen aangetoond, ten bewijze hoe onbedagtzaam men dezelve om hunne deugdzaamheid verhemeld heeft". Marmontel, de letterkun* dige medewerker der Encyclopédie, had in een roman, getiteld Belisarius, zijn held een pleit laten voeren voor een algemeene zedelijkheid, om daardoor den weg te effenen voor een nieuwe politiek in Frankrijk, los van de Room* sche kerk.

Zulk een titel, hoe ouderwetsch ook, verplaatst ons midden in een nog altijd belangrijk vraagstuk. De strijd om den vermaarden heiden Socrates, ons nog bekend door Rousseau's beroemde vergelijking tusschen Socrates en Jezus, heette in die dagen Socratische oorlog. Fel toch streed men over den Athener, dien de opkomende zienswijze met alle „brave lieden" aandeel gaf aan een zedelijk bewustzijn, dat niet afhankelijk was van de belijdenis van den Chris* telijken godsdienst.

Men behoeft een dergelijk betoog maar korten tijd te volgen, om in te zien, dat de uitkomst niet alleen voor het wetenschappelijk bewustzijn van waarde geacht wordt. Het prikkelt ook nog een ander gebied van den geest tot belangstelling, ja bij sommige betoogers wordt zelfs de hartstocht wakker. De felheid van Hofstede is niet aller*