Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10

bleef Karei Lijn Tien, als een .vergelijking met de lange tramlijn, die in Rotterdam van den Ruigeplaatweg naar de Oosterkade loopt.

Eindelijk nummer drie van de jongens, Freek Fransen. Hij was uiterlijk een gewone jongen, niet kort en dik als Max, niet dun en lang als Karei, maar omdat Moeder Natuur, die haar gaven nu eenmaal met grillige hand uitdeelt, op de punt van z'n neus een klein puistje had gepoot, dat er nooit afging en dat hem vermoedelijk zijn gansche leven zou blijven decoreeren, heette hij, in de wandeling: Pukkel." — Zoo schreef ik in m'n vorige boek.

Welnu:

deze drie jongens en dit eene meisje (dat al heel spoedig haar prachtige vlechten had geofferd aan de mode en zich een verrukkelijken page-kop had aangeschaft) hadden samen een club gevormd, „De knalclub van 3A, genaamd De Nederlandsche Kroon." Ik heb de oprichting van die club in mijn eerste boek uitvoerig beschreven. De naam kwam prachtig uit, want de meeste leden fietsten op een knal-merk, dat ook Nederlandsche Kroon heette: fijne karretjes, die hen het heele land door-droegen en die letterlijk nooit haperden. Met de club hebben we allerlei'prettige en spannende avonturen beleefd, maar het slot was, dat Elly, bijgenaamd Nachtegaaltje, juist toen ze allemaal naar de vierde klas waren overgegaan, voor haar verdere opvoeding naar Zwitserland moest. En toen hadden de drie jongens de club maar ontbonden. Zonder Nachtegaaltje ging het niet meer; zij was de ziel van alles geweest, de trouwe, jolige, eerlijke kameraad.

En nu, op het oogenblik dat dit nieuwe verhaal begint, is het eind November. Nachtegaaltje was al ruim vijf maanden weg en de club was dus al vijf maanden ter ziele. De jongens blokten hard voor hun Kerstrapport.

Sluiten