Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

Net of 't Indianen wat kan schelen, hoe laat het is. Dan is 't een vleien en vragen om toch nog even door te gaan maar meester is onverbiddehjk. Zoo ook nu: ineens kijkt hu op zyn tikkertje en zegt: „Nou, jongens, den volgenden keer verder," en met een „Hè, wat jammert» stormen de kinderen de deur uit. Nu zijn ze óók niet meer warm!

„Ga je mee, Klaas!" roept Jaap van den bakker tegen een van zbn vrienden, als de school uit is. „Waar naar toe?" vraagt die. Hij heeft niet veel zin een eind te loopen in deze warmte.

„Ik moet nog eten voor mijn konijnen zoeken," antwoordt Jaap. Op het hooren van het woord „konijn» is Klaas een en al vuur, want Jaap heeft hem een jonfl diertje beloofd, als hy geregeld mee wil helpen eten zoeken. Een konijntje koopen kan Klaas niet, want zijn vader is landarbeider, die den kost moet verdienen voor zijn moeder, hem en de broertjes en zusjes. Zoo ruim hebben ze het dus niet en daarom kan er geen geld af voor een konijn. Toch heeft Vader een hok voor Klaas getimmerd van een zeepkistje, dat Klaas heeft gekregen van Kees, wiens vader winkelier is. „En" — had Vader gezegd - „als jij nou ziet, dat je een konijn krijgt, dan zal ik het dier zoo duur mogelijk verkoopen, als het groot is!» Dat heeft Klaas in zijn oor geknoopt en hij droomt 's nachts van een konijnenfokkerij met konijnen als olifanten, die hy verkoopt voor meer dan' duizend gulden!

Zoo gaat het tweetal dan op stap. Een oud zoutzakje wordt meegenomen, om daar het malsche groen voor de konynen in te kunnen doen. De jongens loopen den weg

Sluiten