is toegevoegd aan uw favorieten.

Celleer en evolutie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mijne Heeren Curatoren, Professoren, Lectoren, Doctoren, Studenten, voorts gij allen, die deze plechtigheid met üwe tegenwoordigheid vereert,

Zeer gewaardeerde Toehoorderessen en Toehoorders!

Het is een niet te ontkennen feit, dat de vooruitgang in de biologische wetenschap gedurende de laatste 75 jaren in de eerste plaats te danken is aan de evolutietheorie en aan de celleer. Beide, ongeveer terzelfder tijd ontstaan, vullen elkander op zeer gelukkige wijze aan en zijn dan ook van den beginne af in nauw contact met elkander getreden. Evenzeer traden beide op onder den drang der omstandigheden en geven beide antwoord op vragen, wier oplossing een diep gevoelde behoefte was. Voor het aanvaarden dezer antwoorden waren de tijden overrijp, een verschijnsel, dat men zeer dikwijls kan waarnemen, maar waarvan de oorzaken toch niet altijd geheel zijn na te vorschen. Verschillende factoren komen hierbij in het spel. Vooreerst is de mensch conservatief van aard en valt het niet zoo heel gemakkelijk hem tot andere gedachten te brengen; zij, die zich beroemen op het feit, dat zij open oog en oor hebben voor alles, wat nieuw is, bewijzen dit in de eerste plaats, daar zij het vooral zijn, die in het conventioneele vervallen, en conventie is conservatisme. Slechts al te vaak ziet men dit in het dagelijksch leven geschieden en niet minder in de wetenschap. Om werkeüjk een nieuw idee ingang te doen vinden is een lange tijd van voorbereiding noodig; men moet gewennen aan het nieuwe en ten slotte zoodanig hieraan gewend raken, dat het zich een blijvende plaats in verstand en gemoed kan veroveren. Daarbij komt, dat men moeielijk afstand doet van datgene, wat men zoo lang bezeten heeft, omdat men zich aan het bestaande hecht. Want niet alleen de dingen van het dagelijksch leven zijn eigendom zoowel van het verstand als van het gemoed, maar ook de ideeën. Van deze laatsten kan een bekoring uitgaan, aan welke men geen weerstand kan bieden en die men evenmin gaarne prijs geeft. Zij, die onder de bekoring van