is toegevoegd aan je favorieten.

De sociaaldemocratische gemeentepolitiek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de gemeente in de reeks der organen, welke zich richten op de voorziening in de behoeften der bevolking. Zij wil de gemeenten dus actiever doen optreden dan tot voor betrekkélijk korten tijd zelfs in de groote steden het geval was.

Er is een tijd geweest, waarin men de gemeenten beschouwde als louter administratieve organen, wier taak uiterst beperkt was. De gemeenten hadden in deze opvatting voornamelijk tbt taak te zorgen, dat de bestrating goed was, de verlichting goed functioneerde, de burgers beschermd werden door de politie, dat ouders die dit wenschten hun kinderen naar een school konden sturen, dat er gelegenheden bestonden, waar men armlastige weezen en ouden van dagen kon opbergen, kortom, dat zij alleen dat zouden doen, wat voor een" overheidsorgaan strict noodzakelijk moest worden geacht. En overigens moest alles overgelaten worden aan de zoogenaamde nijvere burgerij. En de arbeiders moesten natuurlijk niets te zeggen hebben.

In den loop der laatste vijftig jaren is hierin wel veel veranderd. Met het opkomen der arbeidersbeweging, welke een einde maakte aan de politieke onmondigheid van de arbeidersklasse, is ook een wijziging ingetreden in de opvattingen omtrent de taak der gemeenten. Sterk spreekt dit vooral bij de gemeentebedrijven. Deze werden vroeger eenvoudig uit den booze geacht. En thans is er eigenlijk geen gemeente meer in ons land, welke op grond van principieele bezwaren de voorziening in de behoeften der gemeentenaren aan water, gas of electnciteit nog aan particulieren zou willen overlaten.

En toch, M. H., wij, U en ik, wij vinden deze gemeentelijke voorziening zoo heel gewoon, zoo iets vanzelfsprekends, dat we bijna zouden vergeten, dat het nog maar dertig, veertig jaren geleden is, dat deze opvatting eerst na zwaren strijd tot gemeengoed kon worden gemaakt.

Een half jaar geleden heeft Amsterdam de herdenking gevierd van het feit, dat voor vijftig jaren het Noordzeekanaal werd geopend, de kortste 'verbinding van de hoofdstad met de zee en voor haar economisch leven en daardoor voor de welvaart van de geheele burgerij dus van de grootste beteekenis. Klinkt het ons thans niet als iets bijna ongeloofelijks in de ooren, dat het graven van dit kanaal en zijn exploitatie oorspronkelijk niet in handen was van de gemeente of van het Rijk, doch dat dit werd overgelaten aan een particuliere onderneming, aan de Kanaalmaatschappij ? En dat vooral omdat volgens de toen heerschende meening de leiding van zulk werk beter aan particulieren dan aan de Overheid was toe te vertrouwen!

Ge ziet uit dit voorbeeld wel duidelijk, welke opvattingen toen in de leidende kringen van ons publieke leven heerschten. Toch waren er ook toen natuurlijk wel personen, die reeds verder zagen, maar is het niet teekenend, dat toen in 1875'een lid van den Amsterdamschen

5