is toegevoegd aan je favorieten.

Vleeschkeuringswet S. 1919, no. 524

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 5

— 12 —

betreffende opmerking in het Voorloopig Verslag 2e Kamer. Immers, ingevolge artikel 3 is noodslaohting alleen geoorloofd in geval van ziekte, gepaard met onmiddellijk dreigend levensgevaar. (M. v. A.)

3. De slotwoorden van het derde lid beteekenen niet hetzelfde als „vernietigen". Vernietigen kan geschieden door b.v. verbranden, maar niet overal zal gelegenheid tot vernietiging zijn. Onbruikbaar maken geschiedt door een of andere chemische bewerking — (b.v. overgieten met petroleum) — dat kan wel overal geschieden. (M. v. A.)

— In de gevallen, waarin vernietiging of onbruikbaarmaking van vleesch zal moeten plaats vinden, heeft men te doen met absoluut ondeugdelijke, zelfs schadelijke, waar. Al ware art. 152, le lid, der Grondwet reeds in werking getreden, dan zou er alle aanleiding zijn, daarom bij deze wet schadeloosstelling uit te sluiten. Voor toekenning daarvan bestaat naar de meening van de ondergeteekenden (de Ministers van Binnenlandsche Zaken en van Landbouw, Nijverheid en Handel) geen enkele reden. Er wordt in de bedoelde gevallen geen schade geleden, omdat het gaat om een onverhandelbaar en onverbruikbaar product. 'M. v. A.)

— Ten aanzien van de opmerking in het Voorloopig Vei slag van de Commissie van Rapporteurs uit de le Kamer, dat men het .in artikel 4, derde lid, gegeven voorschrift van onbruikbaar maken in zijn algemeenheid te gestreng achtte, merkte de Regeering op, dat het hier bedoelde voorschrift niet zwakker mag worden gegeven, omdat het daarin opgesomde zoo gemakkelijk en zoo dikwijls wordt misbruikt voor gevaarlijke knoeierijen. Voor zoover verwerking tot meststof of andere stof mogelijk is, zal die zooveel mogelijk worden bevoiderd. (M. v. A. la Kamer.)

Art. 5. 1. Een slachtdier wordt geslacht en na het slachten gekeurd in de gemeente, waar het vóór het slachten gekeurd is.

2. Gestorven en in nood gedoode slachtdieren worden gekeurd in de ge-