is toegevoegd aan je favorieten.

Vleeschkeuringswet S. 1919, no. 524

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

■ 167 -

Het aschgehalte wordt berekend door de gevonden sulfaataseh met 8/9 te vermenigvuldigen.

4. Conserveermiddelen. A. Quantitatief onderzoek. a. Salicylzuur en benzoëzuur. Ongeveer 25 g. der waar worden met 100 c.M.3 50 procentigen alcohol en 5 c.M 3 zwavelzuur (10%) gedurende een half uur onder herhaald omschudden bewaard. Daarop wordt door neteldoek gefiltreerd. Het filtraat wordt alcalisch gemaakt en op het waterbad verwarmd totdat de alcohol verdwenen is. Vervolgens wordt het volumen door toevoegen van water op 50 c.M.3 gebracht, 5 g. chloornatrium toegevoegd en de vloeistof zuur gemaakt met zwavelzuur. Na koken wordt gefiltreerd en het filtraat met aether uitgeschud. De na het afdestilleeren van den aether achterblijvende rest wordt opgenomen in water en de helft daarvan gemengd met enkele druppels iemchlorideoplossing, terwijl bij de andere helft broomwater wordt gevoegd. Bij aanwezigheid van salicylzuur ontstaat met ferrichloride een violette kleur, welke bij toevoeging van spiritus of weinig azijnzuur niet verdwijnt, en wordt met broomwater een wit neerslag waargenomen.

Een ander deel van het residu wordt gemengd met 10 druppels sterk zwavelzuur en een druppel rookend salpeterzuur, of salpeterzuur van 65 procent en daarna verhit op een kleine vlam onder voortdurend schudden. Bij deze verhitting mag de temperatuur niet boven 130° C stijgen. Na afkoeling wordt de vloeistof met water verdund, met ammonia alcalisch gemaakt en gekookt. Aan de afgekoelde vloeistof wordt zwavelammonium toegevoegd Een roodbruine kleur toont benzoëzuur aan mits salioylzuur afwezig is.

Indien salicylzuur aanwezig is, wordt op benzoëzuur gereageerd door het voor deze reactie bestemde residu op te lossen met behulp van natriumcarbonaatoplossing, deze oplossing met kaliumpermanganaat (5 proc ) zooveel als noodig is ter oxydatie van het salicylzuur, te verwarmen, daarna met verdund zwavelzuur (4N.) aan te zuren en met aether uit te schudden. In de rest, welke na verdamping dezer uitschudvloeistof achterwart, wordt op benzoëzuur gereageerd, zooals hierboven is aangegeven.

b. Zwaveligzuur.

Aan 20 g. van de waar worden in een Erlenmeyerkolf van 200 c.M.3 inhoud, 50 c.M.3 water en zooveel zwavelzuur toegevoegd, dat de massa zuur reageert. De kolf wordt gesloten met.een kurk, voorzien van een met kaUumiodaat-stijfsel-oplossing bevochtigde, papieren strook en verwarmd op het waterbad. TBii aanwezigheid fyan zwaveligzuur wordt het papier aanvankelijk'blauw gekleurd. ! f..

c Formaldehyde en mierenzuur. 25 g. der