is toegevoegd aan je favorieten.

Vleeschkeuringswet S. 1919, no. 524

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 69 —

zijn voor de volksgezondheid en niet door een der bewerkingen vermeld in artikel 6i bruikbaar kan worden gemaakt voor voedsel voor den mensoh;

2. vleeseh dat tengevolge van ondeugdelijken toestand, onder geenerlei voorwaarden als voedsel voor den mensch bruikbaar kan worden geacht;

3. vleesch waarvan de vernietiging bij of krachtens eene wet is voorgeschreven.

37. De Minister bepaalt, ter nadere uitvoering van de in artikel 36 gestelde regelen, in welke bijzondere gevallen moet worden afgekeurd.1

38. Voorwaardelijk goedgekeurd wordt:

1. vleesch dat geacht wordt schadelijk te zijn voor de volksgezondheid, nochtans door een der bewerkingen vermeld in artikel 54, letters a, c end bruikbaar kan worden gemaakt voor voedsel voor den mensoh;

2. vleesch dat, hoewel onschadelijk voor de volksgezondheid, nochtans zóózeer in deugdelijkheid is verminderd, dat het alleen onder bepaalde voorwaarden als voedingsmiddel voor den mensoh in het verkeer kan worden toe gelaten.

39. De Minister bepaalt, ter nadere uitvoering van de in artikel 38 gestelde regelen, in welke bijzondere gevallen voorwaardelijk moet worden goedgekeurd en welke der in artikel 54 genoemde voorwaarden voor de goedkeuring moeten worden gesteld.1

§ 7. Het merken van slachtdieren en vleesch. (Artikel 18, eerste lid, letter g, van de wet.)

40. Eenhoevige dieren, runderen, schapen en geiten, onvoorwaardelijk ter slachting toegelaten, worden voorzien van ronde stempelmerken, omgeven door een cirkel van 9 O.M. middellijn, en in het midden voorzien van de hoofdletter G van 7 c.M. hoogte.

Varkens worden van een oormerk voorzien waarin de hoofdletter G.

41. De in het vorig artikel bedoelde stem pelmerken worden ten getale van ten minste

1 Zie beschikking van den Minister van Arbeid van 15 Juli 1920 {Ned. Staatse. n°. 138. Bijlagen bladz. 86).