is toegevoegd aan je favorieten.

Vleeschkeuringswet S. 1919, no. 524

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 86 —

B [.schikking van den Minister van Arbeid van. den 15dera Juli 1920, Ned. Staatscourant n°. 138, tot uitvoering van eenige artikelen van het Kon. Besluit van 5 Juni 1920 (Staatsblad n°. 285), zooals zij is gewijzigd bij die van 10 Augustus 1922, Ned. Staatscourant n°. 155 en van 28 April 1925, Nederl. Staatscourant n°. 81. De Minister van Arbeid, Gelet op het Koninklijk Besluit van 5 Juni

1920 (Staatsblad n°. 285), tot uitvoering van de

Vleeschkeuringswet (Staatsblad 1919, n°. 524),

heeft bepaald:

Art. 1. Het geheele dier wordt in alle gevallen van: miltvuur boutvuur

ziekten waarbij mioro-orga.nismen van de coli-typhusoroep in het vleesch worden aangetroffen

algemeene straalschtmmelziekte

veepest

kwaden droes

algemeene botbiomycose

trichinenziekte

schaapspokken

hondsdolheid

uraemie

abnormale reuk, smaak of consistentie van

het vleesch, ook indien de eerstgenoemde alleen door de kookproef of braadproef ontdekt wordt

sterke algemeene vermagering en waterzuchtontbinding

uitgebreide bezoedeling met smetstof of onreinheden a,gekeurd.

2. In de volgende gevallen worden beslissingen genomen, zooals daarbij is vermeld. Het geheele dier wordt, m geval van:

tuberculose

afgekeurd :

1. Indien het dier deswege in nood is gedood;

2. indien de ziekte gepaard gaat met sterke vermagering ;