is toegevoegd aan je favorieten.

Warenwet S. 1919, No. 581

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—- 848 —

handen waar moet voldoen aan de volgende eischen:

1°. het procentisch vetgehalte der droge stof mag niet minder bedragen dan de op de kaas de verflaag, de paraffinelaag of de verpakking aangebrachte aanduiding, bedoeld in het eerste lid van artikel 2 van dit besluit, aangeeft;

2°. zij mag uitsluitend vetbestanddêelen bevatten, welke van melk afkomstig zijn; _ 3°. zij moet in deugdelijken toestand' verkeeren ;

4°. schadelijke bestanddeelen mogen niet aanwezig zijn;

5°. andere conserveermiddelen dan keukenzout mogen niet aanwezig zijn;

6°. vreemde bestanddeelen, met uitzondering van specerijen, geringe hoeveelheden salpeter en calciumverbindingen, een geringe hoeveelheid orleans en onschadelijke dekmiddelen op de korst van de kaas, mogen niet aanwezig zijn.

6. Dit besluit is niet van toepassing op kaas, bestemd voor uitvoer, mits niet aanwezig in een der verkoopplaatsen of bij het vervoer, in artikel 2, lid 1, bedoeld.

7. Voor de beoordeeling, of kaas voldoet aan de m dit besluit gestelde eischen, moet gebruik gemaakt worden van de onderzoekingsmethoden, aangegeven in de bij dit besluit gevoegde bijlage I, voor zoover deze daarvoor toereikend znn.

8. Dit besluit treedt in werking met ingang van den eersten dag van de zevende maand na die, waarin het in het Staatsblad is geplaatst.

9. Dit besluit kan worden aangehaald onder den titel van Kaasbesluit, met vermelding van j'aargang en nummer van het Staatsblad, waarin het is geplaatst.

Onze Minister van Arbeid, Handel en Nijverheid is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad- zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan den Raad van State.

's-Gravenhage, den 17den December 1927 M „. . WILHELMINA. De Minister van Arbeid, Handel en Nijverheid, J. R. Slotemakbb db Bbuïne. (Ditgeg. 30 Dec. 1927.)

Bijlage I, behoorende

bij het Kaasbesluit (Staatsblad 1927, n°. 396).

METHODEN VAN HET ONDERZOEK. 1. Vocht.

3—5 gram van het gemiddelde monster worden snel afgewogen in een schaaltje en daarin met behulp van een medegewogen glazen staafje met een bekende hoeveelheid (25—30 gram) grofkorrelig uitgegloeid kwartspoeder of met zand goed dooreengemengd en fijngewreven.

Ter bespoediging van het onderzoek kan men kaas en kwartspoeder of zand na menging bevochtigen met 5 cm' sterke spiritus, verwarmen en daarna verder mengen,