is toegevoegd aan je favorieten.

De gedistilleerdwet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIJLAGE F.

Wet van 31 Dee. 1898, S. no. 286, V. 1899, no. 8 en V. v. V. no. 612 XV.

Nadere bepalingen omtrent den accijns op het gedistilleerd.

Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenschelijk ia nadere bepalingen omtrent den accijns op het gedistilleerd vast te stellen;

Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Art. 1. In de wet van 20 Juni 1862, S. no. 62, worden de volgende veranderingen gebracht (1):

§ 1. In artikel 13, § 1, wordt onderdeel / gelezen als volgt: „de soorten van meel of der andere grondstoffen, welke zullen gebruikt worden, met afzonderlijke vermelding van gebuild meel" (2).

§ 2. Aan art. 19 wordt de volgende paragraaf toegevoegd:

§ 3. „De Minister van Financiën kan onder de noodige voorzieningen toelaten het voorhanden hebben van meel voor veevoeder in stallen, die met eene branderij gemeenschap hebben" (3).

§ 3. Art. 31 vervalt (4).

§ 4. In art. 58, § 4, wordt in plaats van „andere" gelezen : „gebuild meel of van andere" (2).

§ 5. Aan art. 59, § 1, onderdeel e, wordt het volgende toegevoegd : „wanneer gebuild meel gebruikt zal worden moet dit uitdrukkelijk worden vermeld met afzonderlijke opgaaf van de hoeveelheid daarvan"(2).

§ 6. In art. 61, § 2, wordt in de plaats van „moet, behoorUjk", gelezen: „moet, het gebuilde en het ongebuilde meel elk afzonderlijk, behoorlijk" (2).

§ 7. In art. 61, § 4, vervallen de worden: „in de branderijen der

§ 8. Aan art. 104, § 1, a, tweede lid, zooals dat artikel luidt volgens art. 5 der wet van 23 Dec. 1886, S. no. 223, wordt de volgende volzin toegevoegd :

„Deze bepaling is eveneens van toepassing wanneer dat gedistilleerd vóór de aflevering aan een distillateur, volgens de voorschriften van den Minister van Financiën (6) in tegenwoordigheid van ambtenaren tot 65 percent of lagere sterkte is versneden ; met dien verstande, dat de ontbieder op dat gedistilleerd geene andere korting kan genieten" (7—8).

1. Ten opzichte van de branderijen der eerste klasse, waarin met licht beslag wordt gewerkt, heeft de fiscus — behalve andere voor alle