is toegevoegd aan je favorieten.

De Algemeene Wet over de heffing der rechten van in-, uit- en doorvoer en van de accijnzen, alsmede van het tonnegeld der zeeschepen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

•HOOFDSTUK III. — Art. 8.

tion en gros aux employés préposés a eet effet, en exhibant leurs papiers de bord et les documents relatifs a la cargaison, avant de pouvoir passer outre.

La déclaration en gros ne se fait pas ordinairement les dimanches et jours de fêtes légales.

Néanmoins, les employés sont autorisés a exiger des capitaines et seconds, qu'ils remettent, sansdelaila déclaration en gros, et dans le cas ou le capitaine et le second ne satisferaient pas a cette sommation, a placer une garde sur le navire ; ce qu'ils peuvent aussi faire si le navire s'arrète entre la mer et le premier bureau d'entrée, plus longtemps que ne Vexigent la marée, le temps ou le vent. Toutes les dispositions de la présente loi, concernant le déchargement, Vallégernent ou le transbordement des marchandises, sont applicaties a tout navire, aussitöt qu'il est arrivé sur le territoire de VÈtat.

1. De schipper is belast met het voeren van het schip, hetzij tegen een bedongen loon, hetzij voor een aandeel in de winst of in de vracht. Art. 341, Wetboek van Koophandel.

2. Het doel van een inklaring ter zee is noodwendig, om de adminisstratie het middel te verschaffen, zich tegen heimelijke lossingen tusschen de uiterste wacht en de losplaats, en tot zoo lang de specifieke aangifte aldaar niet geschied zal zijn, te beveiligen.

Niemand dan schipper en stuurman is in de gelegenheid den aard der lading aan de eerste wacht aan te geven.

Volgens het Wetboek van Koophandel, moet elk bevelvoerder van een schip cognossementen in handen hebben, bevattende de verbintenis tusschen schipper en bevrachter, met vermelding van soort en hoeveelheid van goederen (o).

Intusschen heeft de schipper de gelegenheid niet, om, ten aanzien van gepakte goederen, zich te overtuigen, of de opgave in de cognossementen wel volkomen met de waarheid overeenstemt, doch het getal en de merken van de colli kan en moet hij kennen, evenals hij ten aanzien van ongepakte goederen kan en moet weten, hoeveelheid in maat, gewicht of getal van stukken (b).

Gedraagt de schipper zich nu aan de manifesten, bij het doen zijner inklaring (art. 12 van de Alg. wet), dan kan dit in een redelijken zin slechts béteekenen dat, wat de soort van goederen aangaat, hij, schipper, zich aan die manifesten kan houden, doch, wat het getal colli van stukgoederen of hoeveelheid van gestorte of losse goederen betreft, moet de schipper zelf weten, wat hij aan boord ontvangen heeft, en is hij, in alle gevallen, omtrent de juistheid der aangifte, hetzij hij die volgens eigen weten, hetzij volgens scheepspapieren heeft aangegeven, persoonhjk verantwoordelijk; vandaar dat bij de artt. 209 en 210 de schipper en stuurman beboet worden, en alleen de verkeerde aangifte van soort, zoo die volgens cognossement geschied is, gestraft wordt door verhaal der boete op het goed zelf. Zoodanig is de controle geregeld op den aanvoer der goederen van de uiterste wacht naar de losplaats.

De Administratie weet alzoo het getal en de merken der colli, de soort van goederen, daarin vervat, en van losse of gestorte de maat en hoeveelheid.

Aan de losplaats nü moeten de formaliteiten' vervuld worden, om de controle op de aangifte van den schipper verder uit te oefenen.

Volgens art. 128 mogen geen consenten ter lossing of paspoorten worden afgegeven, dan op aangiften, welke, wat het getal colli (c) en soort van goederen, of, wat gestorte of losse goederen betreft, in maat of hoeveelheid overeenstemmen met de generale verklaring. Heeft de

32