is toegevoegd aan je favorieten.

De Algemeene Wet over de heffing der rechten van in-, uit- en doorvoer en van de accijnzen, alsmede van het tonnegeld der zeeschepen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(6 HOOFDSTUK VI. — Art. 38—39.

uitgaan, zijn gelegen aan de groote routes of heerbanen (art. 37 en 66 der Alg. wet) en dienen om documenten af te geven tot geleide der goederen naar de betaJingskantoren, bijv. Goirle, Miüingen, Putte, Strijbeek; hier worden dus volgbrieven, model F, afgegeven.

Vele expeditiekantoren zijn echter tevens geriefkantoren, bijv. Echterbosch, Laagsche Paal.

Ook kan op eenige expeditiekantoren tevens betaling plaats hebben ■en dan spreekt men van expeditie-betalingskantoren, bijv. HoUerhoek, .Oldenkotte, Roosteren, Tegelen, Vaals.

Betalingskantoren zijn bedoeld in art. 42 der Alg. wet, bijv. Axel, .Sittard. s . .„

Aan sommige kantoren zijn de bevoegdheden, genoemd in de artt. 4d «n 45 der Alg. wet verleend; deze kantoren dragen geen bijzonderen naam. ,

De posten, die op sommige dagen en uren bezet worden door amnteaiaren om gedurende die tijden als een soort geriefkantoor dienst te doen, zijn niet in de Alg. wet bekend en schijnen eerder gegrond op .art. 87» K. B. Weekblad no. 1720. Zie hierbij aant. 19 op art. 37.

Art. 39. Tusschen het vreemd grondgebied en de expeditie-kantoren aan de grenzen, zullen zijn geplaatst palen, met de woorden : Rijksrechten, ten einde de invoerders te waarschuwen, dat zij tot de plaats zijn gekomen, in welker nabijheid is gevéstigd het kantoor, alwaar de aangifte der goederen moet geschieden, en tot hetwelk zij met dezelve, tusschen zonsop- en ondergang en langs de heerbanen mogen naderen (1—6).

II sera placé, entre le territoire étranger et les bureaux d'expédition, établis sur les frontières, des poteaux, portant cette inscription: „Droits de ■V Etat"', pour avertir les introducteurs ou conducteurs, quhls sont arrivés aVendroit,dla proximité duquel est établi le bureau oü doit se faire la déclaration, et oü l'on doit se rendre, avec les marchandises, par la grande route, après le lever et avant le coucher du soleil.

1. Tusschen zonsop- en ondergang. In art. 135 is bepaald, dat de documenten 's nachts hun kracht verhezen; om zooveel te meer reden heeft de wetgever alle nachtelijk vervoer moeten verbieden, wanneer men nog geen document heeft. Zie intussschen het tweede hd van ■genoemd art. 135. ADAN, blz. 45.

2. Door ambtenaren der belastingen was bekeuring ingesteld tegen «en persoon, die na zonsondergang door hen was bevonden, m een ' binnenwaartsche richting, tusschen de Pruisische grenzen en het kantoor,

waar de eerste aangifte moet geschieden, op den Bergerdijk, zijnde de heerbaan, een pak op den rug dragende, hetwelk bleek te zijn een zak, -inhoudende goederen, ongedekt door eenig document.

In het te dier zake genomen arrest van den Hoogen Raad van 24 Augustus 1841 (zie Verz. 1841, no. 148, alsmede v. d. HONERT, deel I, blz. 264) komen de volgende overwegingen voor:

Overwegende, dat art. 38 der Alg. wet bepaalt, dat alle invoer te lande is verboden anders dan langs de routes of heerbanen, die door de Regeering zijn aangewezen, en anders dan op de wijze, zooals verder bij de wet wordt voorgeschreven;