is toegevoegd aan je favorieten.

Tarief van invoerrechten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

23

Artt. 12—14

Art. 12. Het reglement van orde voor de Tarief commissie wordt door Ons vastgesteld.

De belooning aan de leden en de plaatsvervangende leden der Commissie toe te kennen, de vergoedingen wegens door hen te maken kosten en de belooningen der deskundigen, die de Commissie hebben voorgelioht, worden door Ons geregeld.

Art. 13. De verdere bepalingen tot uitvoering van de artt. 5 en 6 worden vastgesteld bij algemeenen maatregel van bestuur.

Art. 14. Wij behouden Ons voor bij algemeenen maatregel van bestuur, onder de noodige voorzieningen, van invoerrecht en accijns vrij te stellen goederen, welke binnen twee jaren na uit het vrije verkeer (1) te zijn uitgevoerd, in onverwerkten staat weder worden ingevoerd (2—4).

1. Blijkens het medegedeelde in de Mem. v. T. (zie aant. 2 hierna) is onder vrij verkeer ook opslag onder krediet te begrijpen. In de Tariefwet van 1862 volgde dit duidelijk uil het bepaalde in art. 4 dier wet.

2. Het voorschrift beoogt, zonder betaling van invoerrecht toe te laten alle goederen, die uitgevoerd zijn uit het vrije verkeer hier te lande (in tegenstelling met uitvoer uit entrepot, als wanneer voor die goederen geen recht is voldaan) en binnen twee jaar na het tijdstip van uitvoer uit den vreemde terugkeeren, mits zij aldaar inmiddels geenerlei bewerking hebben ondergaan.

Van de ontworpen wetsbepaling kan ook gebruik gemaakt worden, waar het geldt vrijdom van invoerrecht te verleenen voor goederen, die van buitenlandsche tentoonstellingen terugkomen, voor belaste voorwerpen, die tijdelijk in het buitenland werden gebezigd, voor uit het vrije verkeer uitgevoerde piano's, die tijdelijk op concerten in het buitenland werden bespeeld, enz.

Het verdient nog opmerking, dat blijkens het artikel ook vrijstelling van accijns zal kunnen worden verleend, voor zoover de teruggevoerde goederen bij invoer daaraan onderworpen mochten zijn. Die mtbreiding vindt haar verklaring in het feit, dat het herhaaldelijk is voorgekomen dat accijnsgoederen uit het buitenland werden teruggezonden, voor welke bij den uitvoer geen verrekening van den accijns plaats had, omdat de uitgevoerde hoeveelheid bleef beneden het minimum bij de desbetreffende bepalingen voor het verleenen van afschrijving of teruggaaf vastgesteld ; dit betrof voornamelijk essences en andere als alcohol belaste chemische producten. In zulke gevallen kon tot nog toe bij den wederinvoer alleen vrijstelling van het geringe invoerrecht worden verleend en moest de hooge accijns opnieuw worden ingevorderd.

Dat met afschrijving of restitutie uitgevoerde accijnsgoederen, die bij invoer belast zijn, hetzij alleen met invoerrecht, hetzij met accijns en invoerrecht, bij terugvoer uit den vreemde, niet vrij zullen worden toegelaten, alvorens de afgeschreven of teruggegeven som wederom is betaald of verzekerd, is zóó natuurlijk, dat een uitdrukkelijke bepaling daaromtrent in de wet overbodig mag heeten. Mem. v. T.

3. Het ligt uit den aard der zaak in de bedoeling de vrijstelling van invoerrecht alleen te verleenen ten behoeve van dengene, die de goederen heeft geëxporteerd. Mem. v. A.