is toegevoegd aan je favorieten.

Hypotheekrecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

124

meldt de hypotheekakte de juiste nummers, dan heeft in de praktijk herstelling der fout plaats door indiening van een rectificatie-borderel. Zijn echter ook in de hypotheekakte onjuiste kadasternummers vermeld, dan zal een nieuwe akte moeten worden verleden en dus de hypotheek datum erlangen van den dag der hernieuwde inschrijving.1 Zijn een of meer kadasternummers uit de akte weggelaten, dan zal, ook al is het door de verdere omschrijving volkomen duidelijk dat deze nummers abusief zijn weggelaten, de hypotheek hierop niet komen te rusten.

Voldoet de aanwijzing niet aan het bepaalde bij art. '1235 B. W., dan kan de rechter dus nietigverklaring der inschrijving uitspreken. Bij de behandeling van dit artikel spraken eenige leden der 1ste afdeeling de wensch uit, dat de nietigheid zou worden beperkt tot het geval, dat een derde daardoor schade lijdt. In den geest dezer meening bepaalt art. 85 der Belgische wet van 1851: „L'omission de 1'une ou de plusieurs des formalités prescrites par les deux actieles précédents n'entraïnera la nullité de 1'inscription ou de la mention que lorsqu'il en résultera un préjudice au détriment des tiers". Onze Regeering antwoordde echter: „vindt de regter, dat een derde belanghebbende niet behoorlijk heeft kunnen weten, wie de schuldeischer en de schuldenaar en welk het verbonden goed zij, dan behoort deze omstandigheid voldoende te zijn, om de onderzetting als nietig te beschouwen, zonder het vorderen van een hoogst moeielijk bewijs van benadeeling, welke dan in de zaak zelve is opgesloten". Diephuis2 teekent hieromtrent m.i. terecht aan: „het komt mij voor dat het door onze Regeering geopperd bezwaar niet denkbeeldig was, en dat zij aanleiding geeft tot dit gevolg, dat de inschrijving ten aanzien van den een geldig en van een ander nietig zal kunnen zijn, of eerst, zoolang er nog niet van een uit eenig gebrek voortgesproten nadeel gebleken is, als geldig erkend, en later toch nog nietig verklaard kan worden".

Is er verschil of tegenstrijdigheid tusschen b.v. de plaatse-

1 Het arrest van den H. R. van 23 Febr. 1844 (W. 481), hetwelk besliste dat „verkeerde kadastrale aanwijzing gelijk staat met geene aanwijzing," slaat m.i. alleen op het laatste geval.

* VII, 441, nt. I.