is toegevoegd aan je favorieten.

Hypotheekrecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

253

over de hoofdzaak, onmiddellijk een maatregel worde getroffen, waardoor de zaken statu quo worden gelaten of een zekere toestand worde in het leven geroepen, waardoor gewaarborgd wordt, dat de beslissing op de hoofdzaak volledige uitwerking zal hebben en niet tot nieuwe moeilijkheden zal aanleiding geven".1 Beslissing door den President in casu zou eene beslissing op de hoofdzaak zijn. Wel kan natuurlijk de zaak op korten termijn voor de rechtbank worden gedagvaard, wanneer daartoe de toestemming van den President van de rechtbank is verkregen, ingevolge art. 7 Rv. Hoewel zulks niet uitdrukkelijk is voorgeschreven zal toch moeten worden aangenomen, dat zoowel het request als het verlof van den President bij de dagvaarding moeten worden beteekend, al besliste de Rechtbank te Zwolle bij vonnis van 27 Juni 1879,* „dat nergens in de wet op straffe van nietigheid is voorgeschreven, dat dit verlof met de dagvaarding aan den gedaagde had moeten zijn beteekend, zoodat, daar nietigheden niet mogen worden uitgebreid, het weglaten van deze beteekening, hoe gewichtig misschien ook, geene nietigheid ten gevolge heeft".

Laat de schuldeischer den door den rechter vastgestelden termijn zonder executie voorbijgaan, dan is het voorrecht van art. 509 Rv. voor hem vervallen en is de executant bevoegd met de executie voort te gaan. In dit geval dus zal de hypotheekhouder, in tegenstelling met het boven besproken geval van overtreding van art. 511 Rv., ook wanneer de executant zelf de executie nog niet heeft voortgezet, niet meer tot executie bevoegd zijn. De wet heeft den hypotheekhouder voldoende speling gegeven om met de executie een aanvang te maken, zoodat het dan ook billijk is te noemen dat, wanneer hij deze op al te lange baan wil schuiven, waardoor vaak de belangen van derden kunnen worden benadeeld, den executant de middelen worden verstrekt om hem te dwingen tot executie over te gaan en, indien de hypotheekhouder hiertoe niet bereid blijkt, hem het recht wordt gegeven, zelf met de executie voort te gaan.

Behalve bovengenoemd exploit of schrijven aan den procureur van den executant, moet de hypotheekhouder ingevolge art. 509

1 I. 377.

2 W. 4595.